In verband met het coronavirus zijn er momenteel geen reguliere diensten in onze gemeente.

Aankomende diensten

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

ds. J van Dijken

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

drs. B. Reinders

Afgelopen diensten

Welkom
Psalm 100: 1 t/m 4 OB
Juich aarde, juich alom den Heer',
Dient God met blijdschap, geeft Hem eer;
Komt, nadert voor Zijn aangezicht;
Zingt Hem een vrolijk lofgedicht.
De Heer' is God; erkent, dat Hij
Ons heeft gemaakt (en geenszins wij),
Tot schapen, die Hij voedt en weidt;
Een volk, tot Zijnen dienst bereid.
Gaat tot Zijn poorten in met lof,
Met lofzang in Zijn heilig hof;
Looft Hem aldaar met hart en stem;
Prijst Zijnen Naam, verheerlijkt Hem.
Want goedertieren is de Heer';
Zijn goedheid eindigt nimmermeer;
Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht
Tot in het laatste nageslacht.
moment van stilte
Votum
Groet
Opwekking 464
Wees stil voor het aangezicht van God,
want heilig is de Heer.
aanbid Hem met eerbied en ontzag
en kniel nu voor Hem neer;
die zelf geen zonde kent
en ons genade schenkt.
Wees stil voor het aangezicht van God,
want heilig is de Heer.
Wees stil, want de heerlijkheid van God
omgeeft ons in dit uur.
Wij staan nu op heilige grond,
waar Hij verschijnt met vuur;
een eeuwigdurend licht
straalt van zijn aangezicht.
Wees stil, want de heerlijkheid van God
omgeeft ons in dit uur.
Wees stil, want de kracht van onze God
daalt neer op dit moment.
De kracht van de God die vergeeft
en ons genezing brengt;
niets is onmogelijk
voor wie gelooft in Hem.
Wees stil, want de kracht van onze God
daalt neer op dit moment.

Gebed
God wijst ons de weg in het leven
Psalm 34: 5 en 7
Komt kindren, hoort mij aan.
Wie vindt een leven lang en goed?
Hij die Gods wil met vreugde doet
en in zijn dienst wil staan.
Weerhoud uw tong van kwaad
zodat gij niemand schade doet.
Wijk van het kwade en doe goed,
sticht vrede metterdaad.
Wie God roept hoort Hij aan
en Hij verlost wie is benard.
Hij zal gebrokenen van hart
in gunst terzijde staan.
Wie 's HEEREN recht betracht
vindt in de wereld droefenis,
maar God, die zijn verlosser is,
blijft op zijn heil bedacht.
Lezing van Gods Woord – Lukas 12:33-40
33 Verkoop uw bezittingen en geef de opbrengst weg als liefdegave. Maak voor uzelf beurzen die
niet verslijten, een schat die niet opraakt, in de hemelen, waar de dief niet bij komt en die door
de mot niet aangetast wordt. 34 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
35 Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend. 36 En u, wees gelijk aan mensen die
op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt,
meteen open te doen. 37 Zalig zijn die slaven die de heer bij zijn komst wakend zal vinden.
Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden en hen aan tafel zal nodigen en bij hen zal komen
om hen te dienen. 38 En als hij komt in de tweede nachtwake of als hij komt in de derde
nachtwake en hen zo aantreft, zalig zijn die slaven.
39 Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had op welk moment de dief komen zou, hij
gewaakt zou hebben, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. 40 U dan, wees ook bereid,
want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen.
Psalm 103: 2 en 3
Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven,
Hoeveel het zij, genadig wil vergeven,
Uw krankheen kent en liefderijk geneest;
Die van 't verderf uw leven wil verschonen,
Met goedheid en barmhartigheen u kronen;
Die in den nood uw redder is geweest.
Loof Hem, die u vergunt uw zielsverlangen,
En 't goede tot verzading doet ontvangen;
Uw jeugd vernieuwt, gelijk eens arends jeugd.
De Heer' doet recht, is heilig in Zijn richten,
Treft iemand druk, Hij wil den druk verlichten,
En hart en mond vervullen met Zijn vreugd.

Verkondiging De Heer werd een knecht

Liedboek 446: 1, 2 en 5
O Jezus, hoe vertrouwd en goed
klinkt mij uw naam in 't oor,
uw naam die mij geloven doet:
Gij gaat mij reddend voor;
uw naam die onze wonden heelt
en ons met manna spijst,
die onze dood en zonde deelt
en onze vrees verdrijft.
Zolang Gij nog onzichtbaar zijt,
een zon diep in de nacht,
roep ik uw nadering reeds uit
omdat ik U verwacht.
Mededelingen
Gebeden – afgesloten met Onze Vader
Collecte
Weerklank 356
Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.
Ga met God en Hij zal met je zijn:
bij gevaar, in bange tijden,
over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God en Hij zal met je zijn.
Ga met God en Hij zal met je zijn:
in zijn liefde je bewaren,
in de dood je leven sparen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.
Ga met God en Hij zal met je zijn,
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God en Hij zal met je zijn.
 
Zegen

ds. J. Nutma

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

drs. B. Reinders

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

stud. D.J. van Vliet

1. Voorzang Gez. 328 (LvdK)
2. Stil gebed, votum
3. Zingen Ps. 119: 40 (NB)
4. Wet en samenvatting
5. Zingen Ps. 19: 6 (OB)
6. de kinderen gaan naar de zondagsschool
7. Gebed
8. Schriftlezing 1 Thess. 2: 1-16
9. Zingen Ps. 119: 49 (NB)
10. Preek
11. Zingen Ps. 89: 7 (OB)
12. Gebed
13. Collecte
14. Zingen Gez. 314: 1 en 2 (LvdK)
15. Zegen

kand. S.M. Buth

persoonlijk gebed
votum en groet
zingen: ps. 139: 1, 2 nb
lezing van de Wet des HEREN
zingen: ps. 119: 30, 33 nb
Tijdens het zingen wordt Fenna binnengedragen door de moeder van Aline
Gebed
Lezing van het Formulier voor de bediening van de doop van Fenna
Zingen: Opwekking 176 U bent mijn schuilplaats, Heer
Doopvragen
Vader en moeder Joost en Aline Kortleve, wat is jullie antwoord? Ja.
Bediening van de doop
Zingen: Opwekking Kids 311 door de moeder van Joost
Getuigenis van Aline
dankgebed na de doop
zingen: lied 173: 1,3, 10 neem mijn leven, laat het Heer (Liedboek)
Schriftlezing: Romeinen 8: 1-17
Preek – thema: Abba, Vader!
Zingen: Opwekking 136: 1, 2 Abba, Vader
Gebeden
Zingen: lied 443: 1-6 Ik zal er zijn (Weerklank)
Zegen

ds. H. van den Heuvel

Welkom/ mededelingen
Zingen : LdK Gz. 326 : 1,2,5 (Een rijke schat aan wijsheid)
Votum en groet
Zingen : Ps. 139:1,2 NB
Wet en samenvatting
Zingen : Ps. 86:6 (OB)
Gebed
Kindermoment
Schriftlezing : Lukas 9:51-62
Zingen : Ps. 73:10,11 NB
Verkondiging : Lukas 9:51-62 Volg Mij!
Zingen : Opw. 687 (Heer, wijs mij uw weg)
Dankgebed en voorbede
Collecten
Zingen : LdK Gz. 442:1,2,3,4 (Jezus, ga ons voor)
Zegen

drs. B. Reinders

Voorzang: Liedboek 291 : 1, 2 (Nooit kan ’t geloof teveel……)
Stil gebed
Votum en groet
Psalm 84 : 2, 4 (oude berijming)
Wet
Psalm 119 : 1, 66 (nieuwe berijming)
Gebed
Schriftlezing: Genesis 1 : 1 - 19
Psalm 33 : 5, 6 (oude berijming)
Preek over Genesis 1 : 1
Psalm 93 : 1, 2, 4 (oude berijming)
Gebed
Zingen Uit alle mond 252 : 1, 2, 3 (Groot is Uw trouw, o Heer…..)
Zegen

ds. H van der Ham

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

drs. B. Reinders

Voorzang – Opwekking 167 Samen in de naam van Jezus
Stil gebed, votum
Zingen Psalm 36: 2 NB (Uw trouw is als de hemel hoog)
Zingen Psalm 51:5 NB (Schep in mij, God, een hart dat leeft in’t licht)
Gebed
Schriftlezing Johannes 15,26-16,15
Zingen Gezang 234 (Al heeft Hij ons verlaten)
Preek Thema: ‘De Geest brengt de waarheid aan het licht’
1. Wat betreft de zonde
2. Wat betreft gerechtigheid
3. Wat betreft oordeel
Zingen Psalm 43:3 en 4 NB (O Heere God kom mij bevrijden)
Gebed
Zingen Gezang 304 vers 1,2 en 3 (God is getrouw)
Zegenbede

stud. E.S. van der Heide

Gezang 296
V1
Ik kom met haast, roept Jezus' stem. Hij heeft de dood verslagen. Nu zal al wie gelooft in Hem de kroon des levens dragen. Wijk niet van Hem. Hoor naar zijn stem. Reeds wenken ons van boven de scharen, die Hem loven.

V3
Ik kom met haast, houd wat gij hebt, nog is de worst'ling gaande. Ik ben 't, uit wie gij krachten schept, houd in de strijd u staande. Zie op naar Mij: Ik blijf nabij. Ik houd u vast in 't lijden. Niets zal u van Mij scheiden.

[NB] Psalm 96
V1
Zingt voor den Heer op nieuwe wijze, zing aarde, zing zijn naam ten prijze, boodschap zijn heil van dag tot dag, wek bij de volken diep ontzag voor 't wonder van zijn gunstbewijzen.

V7
Zo zal zijn koninkrijk beginnen. De Rechter rijdt de wereld binnen, Hij richt de aarde naar zijn recht, het pleit der volken wordt beslecht. Zijn trouw en waarheid overwinnen.

1 Thessalonicenzen 4:13-18
13 Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. 14 Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terug brengen met Hem.

15 Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. 16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn , zullen eerst opstaan.

17 Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. 18 Zo dan, troost elkaar met deze woorden.

Gezang 93
V1
Bij 't steken der bazuinen gaat in een punt des tijds over der wereld puinen Gods licht op, klaar en weids. En die in Christus zijn ontmoeten blij elkander, ontkomen aan de schijn, geheel en al veranderd.

V2
Als de bazuinen blazen Gods allerlaatst appel, dan vaart een groot verbazen door hemel, aarde en hel, dan rijzen in het licht de doden, die nu slapen en voor Gods aangezicht worden ook wij herschapen.

V3
Dit broze mensenleven, verloren in de tijd, zal God een lichaam geven van onvergank'lijkheid. Dan is geheel geschied het woord van den beginne: het doodsrijk zinkt in 't niet; Gods rijk zal overwinnen.

Verkondiging
Thema: Bemoedig elkaar

Gezang 300
V1
Eens, als de bazuinen klinken, uit de hoogte, links en rechts, duizend stemmen ons omringen, ja en amen wordt gezegd, rest er niets meer dan te zingen, Heer, dan is uw pleit beslecht.

V2
Scheurt het voorhang van de wolken, wordt uw aangezicht onthuld, vaart de tijding door de volken dat Gij alles richten zult: Heer, dan is de dood verzwolgen, want de schriften zijn vervuld.

V6
Van die dag kan niemand weten, maar het woord drijft aan tot spoed, zouden wij niet haastig eten, gaandeweg Hem tegemoet, Jezus Christus, gist'ren, heden, komt voor eens en komt voor goed!

Collecten
1. Kerk 2. Kerkelijke kassen

[OB] Psalm 73
V12
'k Zal dan gedurig bij U zijn, In al mijn noden, angst en pijn; U al mijn liefde waardig schatten, Wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten. Gij zult mij leiden door Uw raad, O God, mijn heil, mijn toeverlaat; En mij, hiertoe door U bereid, Opnemen in Uw heerlijkheid.

V13
Wien heb ik nevens U omhoog? Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, Op aarde nevens U toch lusten? Niets is er, waar ik in kan rusten. Bezwijkt dan ooit, in bittre smart Of bangen nood, mijn vlees en hart, Zo zult Gij zijn voor mijn gemoed Mijn rots, deel, mijn eeuwig goed.

[NB] Psalm 68
V7
God zij geprezen met ontzag. Hij draagt ons leven dag aan dag, zijn naam is onze vrede. Hij is het die ons heeft gered, die ons in ruimte heeft gezet en leidt met vaste schreden. Hij die het licht roept in de nacht, Hij heeft ons heil teweeggebracht, dat wordt ons niet ontnomen. Hij droeg ons door de diepte heen, de Here Here doet alleen ons aan de dood ontkomen.

dr. D. Visser

1. Voorzang Gezang 90: 1 en 3 (LvdK).
2. Stil gebed, votum
3. Zingen Ps. 62: 1 en 4 (OB)
4. Wet en samenvatting
5. Zingen Weerklank 291: 1
6. Gebed
7. Schriftlezing Mattheus 15: 21-28 (HSV)
8. Zingen Ps. 69: 13 (OB)
9. Preek
10. Zingen Ps. 87: 1 en 3 (OB)
11. Gebed
12. Zingen Ps. 27:7 (OB)
13. Zegenbede

kand. S.M. Buth

Gezang 444
V1
Grote God, wij loven U, Heer, o sterkste aller sterken! Heel de wereld buigt voor U en bewondert Uwe werken. Die Gij waart te allen tijd, blijft Gij ook in eeuwigheid.

V2
Alles wat U prijzen kan, U, de Eeuw'ge, Ongeziene, looft uw liefd' en zingt ervan. Alle eng'len, die U dienen, roepen U nooit lovensmoe: Heilig, heilig, heilig toe!

[NB] Psalm 99
V8
Maakt Hem nu tezaam groot, verheft zijn naam. Buigt u voor Hem neer, Hij is onze Heer, die met macht gekroond op de Sion troont. Houdt Hem hoog in ere! Heilig is de Here.

Gebed

Leviticus 19:1-18
1 De HEERE sprak tot Mozes: 2 Spreek tot heel de gemeenschap van de Israëlieten, en zeg tegen hen: Heilig moet u zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig.

3 Ieder moet ontzag hebben voor zijn moeder en zijn vader en Mijn sabbatten in acht nemen. Ik ben de HEERE, uw God. 4 U mag u niet tot de afgoden wenden en voor uzelf geen gegoten goden maken. Ik ben de HEERE, uw God.

5 Wanneer u nu een dankoffer aan de HEERE brengt, moet u dat zo brengen dat u voor Hem welgevallig bent. 6 Op de dag van uw offer en op de volgende dag mag het gegeten worden, maar wat tot de derde dag overblijft, moet met vuur verbrand worden.

7 Maar als het toch op de derde dag gegeten wordt, is het onrein vlees. Het zal u niet ten goede komen. 8 Wie het namelijk eet, moet zijn ongerechtigheid dragen, omdat hij het heilige van de HEERE ontheiligd heeft. Daarom moet die persoon van zijn volksgenoten worden afgesneden.

9 Wanneer u nu de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. 10 U mag ook uw wijngaard niet nalopen en de afgevallen druiven van uw wijngaard niet oprapen. U moet ze voor de arme en voor de vreemdeling achterlaten. Ik ben de HEERE, uw God.

11 U mag niet stelen, u mag niet liegen of iemand zijn naaste bedriegen. 12 U mag geen valse eed afleggen in Mijn Naam, en zo de Naam van uw God ontheiligen. Ik ben de HEERE.

13 U mag uw naaste niet afpersen en niet beroven. Het arbeidsloon van de dagloner mag niet de nacht bij u overblijven tot de volgende morgen. 14 U mag een dove niet vervloeken en vóór een blinde mag u geen struikelblok neerleggen, maar u moet uw God vrezen. Ik ben de HEERE.

15 U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, u mag geen partij trekken voor de arme en de aanzienlijke niet voortrekken. Op rechtvaardige wijze moet u uw naaste oordelen. 16 U mag onder uw volksgenoten niet met lasterpraat rondgaan, u mag uw naaste niet naar het leven staan. Ik ben de HEERE.

17 U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt. 18 U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.

1 Petrus 1:13-25
13 Omgord daarom de lendenen van uw verstand, wees nuchter en hoop volkomen op de genade die u gebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus. 14 Word als gehoorzame kinderen niet gelijkvormig aan de begeerten die er vroeger in de tijd van uw onwetendheid waren.

15 Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, 16 want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig.

17 En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren , gedurende de tijd van uw vreemdelingschap, 18 in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is,

19 maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam. 20 Hij is wel van tevoren gekend, vóór de grondlegging van de wereld, maar in de laatste tijden geopenbaard omwille van u.

21 Door Hem gelooft u in God, Die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof en hoop op God gericht zijn. 22 Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar dan vurig lief uit een rein hart,

23 u, die opnieuw geboren bent, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. 24 Want alle vlees is als gras en al de heerlijkheid van de mens is als een bloem in het gras. Het gras is verdord en zijn bloem is afgevallen.

25 Maar het Woord van de Heere blijft tot in eeuwigheid. En dit is het Woord dat onder u verkondigd is.

[OB] Psalm 25
V2
HEER, ai, maak mij Uwe wegen, Door Uw woord en Geest bekend; Leer mij, hoe die zijn gelegen, En waarheen G' Uw treden wendt, Leid mij in Uw waarheid, leer IJv'rig mij Uw wet betrachten. Want Gij zijt mijn heil, o HEER, 'k Blijf U al den dag verwachten.

V6
Wie heeft lust den HEER' te vrezen, 't Allerhoogst en eeuwig goed? God zal Zelf zijn leidsman wezen, Leren, hoe hij wandlen moet. 't Goed, dat nimmermeer vergaat, Zal hij ongestoord verwerven, En zijn Godgeheiligd zaad Zal 't gezegend aardrijk erven.

Verkondiging
Thema: Wees heilig! 1. Wie 2. Waarom 3. Hoe

Gezang 473
V1
Neem mijn leven, laat het, Heer, toegewijd zijn aan uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot uw lof en dienst bereid.

V2
Neem mijn handen, maak ze sterk, trouw en vaardig tot uw werk. Maak dat ik mijn voeten zet op de wegen van uw wet.

V5
Neem mijn wil en maak hem vrij, dat hij U geheiligd zij. Maak mijn hart tot uwe troon, dat uw Heil'ge Geest er woon'.

Collecten
1. Kerk 2. Kerk kassen

[NB] Psalm 96
V1
Zingt voor den Heer op nieuwe wijze, zing aarde, zing zijn naam ten prijze, boodschap zijn heil van dag tot dag, wek bij de volken diep ontzag voor 't wonder van zijn gunstbewijzen.

stud. P.A. Kok

Zingen : LdK Gez. 90:1,3 (Is God de Heer maar voor mij)
Votum en groet
Zingen : Ps. 116:1,3,6 NB
Gods verbondswoorden
Zingen : Opw. 244 (Welzalig de man ...)
Gebed
Kindermoment
Zingen : Jezus is de goede Herder
Schriftlezing : Hand.12:1-17
Zingen : Ps. 89:20 OB
Verkondiging : Hand.12:5 Gevouwen handen tegen ijzeren boeien
Zingen : Ps. 124:1,3,4 NB
Collecten
Dankgebed
Zingen : SB 11:1,2,3,4,5 (Zing luid een lied …)

drs. B. Reinders

098 - Een grote hogepriester
V1
Een grote hogepriester De hemel doorgegaan, is voor de troon gaan staan en offert al zijn liefde. Hij heeft zichzelf gegeven Hij plengt zijn eigen bloed; geloof het vast, houdt moed: Zijn dood belooft u leven!

V2
Hij is geen harde priester die niet van zwakheid weet; dit Lam draagt al het leed der wereld met zich mede. Getrouw is Hij bevonden, in de woestijn geweest, verzocht, beproefd - Gods Geest behoedde Hem voor zonde.

V3
Laat ons dan zeer vrijmoedig de weg gaan tot de troon – God is om Hem, de Zoon, genadig en lankmoedig; al wie zijn hulp verlangen zullen te Zijner tijd als Hij als priester pleit barmhartigheid ontvangen.

[NB] Psalm 133
V1
Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen van 't zelfde huis als broeders samenwonen. Een liefdeband houdt hen tezaam. De zegen van Gods hoog verheven naam daalt op hen neer vol zoete tederheid, als olie die den priester wijdt.

V2
Als olie die Aärons baard en kleren met geur doordringt, zo is de gunst des Heren voor wie eendrachtig samen zijn. Als dauw is het, die ligt zo mild en rein op Hermons top en daalt op Sion neer. 't Wordt al een tuin voor God den Heer.

V3
Jeruzalem! Hier geeft de Heer zijn zegen, hier woont Hij zelf, hier wordt zijn heil verkregen en leven tot in eeuwigheid.

Exodus 28:22-35
22 Verder moet u op de borsttas ineengedraaide kettinkjes maken, vlechtwerk van zuiver goud. 23 Vervolgens moet u op de borsttas twee gouden ringen maken, en de beide ringen vastmaken aan de twee uiteinden van de borsttas.

24 Dan moet u de beide gevlochten gouden kettinkjes vastmaken aan de twee ringen aan de uiteinden van de borsttas. 25 Dan moet u de twee andere uiteinden van de beide gevlochten kettinkjes vastmaken aan de twee kassen. U moet ze vastmaken aan de schouderstukken van de efod, aan de voorkant ervan.

26 U moet nog twee gouden ringen maken en ze bevestigen aan de beide andere uiteinden van de borsttas, op de zoom ervan, die aan de kant van de efod, aan de binnenkant ligt. 27 Daarna moet u nogmaals twee gouden ringen maken en ze vastmaken aan de beide schouderstukken van de efod, van onderen af, aan de voorkant, dicht bij zijn verbinding, boven op de kunstige band van de efod.

28 Men moet verder de borsttas met zijn eigen ringen aan de ringen van de efod vastbinden met een blauwpurperen koord, zodat hij boven de kunstige band van de efod vast zit en de borsttas niet van de efod kan losraken. 29 Zo zal Aäron de namen van de zonen van Israël op de borsttas van de beslissing, op zijn hart dragen, als hij in het heiligdom binnenkomt, tot een voortdurende gedachtenis voor het aangezicht van de HEERE.

30 En u moet in de borsttas van de beslissing de urim en de tummim doen, zodat die op het hart van Aäron zijn, als hij binnenkomt voor het aangezicht van de HEERE. Zo zal Aäron de beslissing voor de Israëlieten voortdurend op zijn hart dragen voor het aangezicht van de HEERE. 31 U moet ook het bovenkleed van de efod geheel van blauwpurperen wol maken.

32 Zijn halsopening moet dan in het midden ervan zijn. Zijn opening moet rondom een zoom hebben, werk van een wever. Het moet net zo'n opening hebben als bij een leren pantser, zodat het niet kan inscheuren. 33 Vervolgens moet u op de zomen ervan granaatappels van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol maken, dus rondom op zijn zomen, en daartussenin gouden belletjes, rondom.

34 Een gouden belletje, daarna een granaatappel, dan weer een gouden belletje en een granaatappel, rondom op de zomen van het bovenkleed. 35 Aäron moet dat namelijk dragen wanneer hij dienst doet, zodat het geluid ervan gehoord wordt als hij in het heiligdom binnenkomt voor het aangezicht van de HEERE, en als hij naar buiten gaat, opdat hij niet zal sterven.

Hebreeën 7:11-28
11 Als dan door het Levitische priesterschap de volmaaktheid bereikt had kunnen worden - want onder dit priesterschap had het volk de wet ontvangen - waarom was het dan nog nodig dat er een andere Priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, Eén van Wie niet gezegd kan worden dat Hij naar de ordening van Aäron was? 12 Als het priesterschap verandert, vindt er immers ook noodzakelijkerwijs een verandering van de wet plaats.

13 Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waarvan niemand zich ooit tot de altaar dienst begeven heeft. 14 Het is immers overduidelijk dat onze Heere van Juda afstamt, over welke stam Mozes niets gezegd heeft in verband met het priesterschap.

15 En dit wordt nog veel duidelijker, als er naar het evenbeeld van Melchizedek een andere Priester opstaat, 16 Die dat niet geworden is op grond van een wettelijk voorgeschreven afstamming, maar uit kracht van onvergankelijk leven.

17 Hij getuigt immers: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. 18 Want de terzijdestelling van het voorgaande gebod vindt plaats vanwege zijn zwakheid en nutteloosheid.

19 De wet heeft namelijk niets tot volmaaktheid gebracht, maar de totstandbrenging van een betere hoop, waardoor wij tot God naderen, doet dat wel . 20 En in zoverre Hij geen Priester is geworden zonder het zweren van een eed - want zij zijn wel zonder het zweren van een eed priester geworden,

21 maar Hij is het geworden met het zweren van een eed door God , Die tegen Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek - 22 in zoverre is Jezus Borg geworden van een zoveel beter verbond.

23 En zij zijn wel in groten getale priester geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden altijd te blijven, 24 maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat.

25 Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. 26 Want zo'n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven .

27 Hij heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij voor eens en altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde. 28 Want de wet stelt mensen, die met zwakheid behept zijn, aan als hogepriester. Maar het woord van de eed die na de wet gezworen is , stelt de Zoon aan, Die tot in eeuwigheid volmaakt is.

JDH 575 - Ik heb een Heiland. die leeft om te bidden
V1
Ik heb een Heiland, Die leeft om te bidden; o vrienden, die Heiland, Hij bidt ook voor u; Hij is met Zijn Geest nu ook zeeg'nend in ons midden en klopt aan uw hart, roepend: "Opent Mij nu!"

C
O, hoort naar Zijn bede, o, hoort naar Zijn bede, o, hoort naar Zijn bede, Zijn bede geldt u!

V6
Ik heb een Trooster en Leidsman verkregen, de Heilige Geest, als een licht op mijn pad; Hij leidt mij veilig langs ruw' en duist're wegen. Kent gij ook die Gids naar de hemelse stad?

Opw 546 - Nabij Gods hoogverheven troon
V1
. Nabij Gods hoog verheven troon . is iemand die steeds voor mij pleit; . Hij is volmaakt, Gods eigen zoon . en Priester tot in eeuwigheid.

V2
. Mijn naam, geschreven in zijn hand, . bewaart Hij eeuwig in zijn hart; ik weet: . geen aanklacht houdt meer stand, . wanneer mijn redder pleit voor mij, . wanneer mijn redder pleit voor mij.

V3
. AI klaagt de satan mij steeds aan, . terwijl hij wijst op al mijn schuld, . ik kijk omhoog en zie Hem staan . die alles voor mij heeft vervuld.

V4
. Omdat Hij al mijn zonden droeg . en door zijn bloed ben ik nu vrij, . want Jezus' offer was genoeg . voor Gods vergeving ook voor mij, . voor Gods vergeving ook voor mij.

V5
. Ja, Hij is mijn gerechtigheid, . want zie, het Lam is opgestaan! . Hij troont als Heer der heerlijkheid, . wiens liefde eeuwig zal bestaan.

V6
. Ik leef in Hem en Hij in mij; ) . zo één met Hem sterf ik niet meer; ) . eens zal ik zitten aan zijn zij, ) 2x . mijn Jezus, Redder en mijn Heer. )

V7
. laatste keer: . mijn Jezus, Redder en mijn Heer.

Collecten
1. kerk 2. onderhoud

[NB] Psalm 105
V1
Looft God den Heer, en laat ons blijde zijn glorierijke naam belijden. Meldt ieder volk en elk geslacht de wonderen die God volbracht. Gij die van harte zoekt den Heer, verblijdt u, geeft zijn naam de eer.

V2
Vraagt naar des Heren grote daden; zoekt zijn nabijheid, zijn genade. Gedenkt hoe Hij zijn oordeel velt, zijn wonderen ten teken stelt, volk dat op Abram u beroemt, met Jakobs nieuwe naam genoemd.

Opw 366 - Kroon hem met gouden kroon
V1
. Kroon Hem met gouden kroon. het Lam op zijne troon!. Hoor, hoe het hemels loflied al. verwint in heerlijk schoon.. Ontwaak! mijn ziel en zing. van Hem, die voor u stierf.. En prijs Hem in all' eeuwigheen. die 't heil voor u verwierf.

V2
. Kroon Hem, der liefde Heer!. Aanschouw Hem, hoe Hij leed.. Zijn wonden tonen 't gans heelal. wat Hij voor 't mensdom deed.. De eng'len om Gods troon,. all' overheid en macht,. zij buigen dienend zich terneer. voor zulke wond're pracht.

V3
. Kroon Hem, de Vredevorst!. Wiens macht eens heersen zal. van pool tot pool, van zee tot zee.. 't Klinke over berg en dal.. Als alles voor Hem buigt. en vrede heerst alom,. wordt d'aarde weer een paradijs.. Kom, Here Jezus, kom

ds. K. Groeneveld

Mededelingen
Zingen : Opw. 167 (Samen in de Naam van Jezus)
Votum en groet
Zingen : Ps. 84:1,2 NB
Wet en samenvatting
Zingen : Ps. 25:2,6 OB
Gebed en voorbede
Schriftlezing : Handelingen 2:1-13
Zingen : LdK Gez. 242:1,7 (Kom, laat ons deze dag met heilig vuur bezingen)
Verkondiging : vs.1-4 Het Pinksterfeest vervult …

1. De tijd
2. Het huis
3. Het hart

Zingen : Opw. 343 (Heilige Geest van God)
Dankgebed
Collecten
Zingen : LdK Gezang 477:1,2 (Geest van hierboven)
Zegen

drs. B. Reinders

2019-06-09 - 1700
Gezang 477
V1
Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door uw kracht! Hemelse Vrede, deel U nu mede aan een wereld die U verwacht! Wij mogen zingen van grote dingen, als wij ontvangen al ons verlangen, met Christus opgestaan. Halleluja! Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven, als wij herboren Hem toebehoren, die ons is voorgegaan. Halleluja!

V2
Wat kan ons schaden, wat van U scheiden, Liefde die ons hebt liefgehad? Niets is ten kwade, wat wij ook lijden, Gij houdt ons bij de hand gevat. Gij hebt de zege voor ons verkregen, Gij zult op aarde de macht aanvaarden en onze koning zijn. Halleluja! Gij, onze Here, doet triomferen die naar U heten en in U weten, dat wij Gods zonen zijn. Halleluja!

Gezang 249
V1
Wij leven van de wind die aanrukt uit den hoge en heel het huis vervult waar knieën zijn gebogen, die doordringt in het hart, in de verborgen hof, en uitbreekt in een lied en opstijgt God ten lof.

V2
Wij delen in het vuur dat neerstrijkt op de hoofden, de vonk die overspringt op allen die geloven. Vuurvogel van de vloed, duif boven de Jordaan, versterk in ons de gloed, wakker het feestvuur aan.

V3
Wij teren op het woord, het brood van God gegeven, dat mededeelzaam is en kracht geeft en nieuw leven. Dus zegt en zingt het voort, geeft uit met gulle hand dit manna voor elk hart, dit voedsel voor elk land.

Opw 281 - Als een hert dat verlangt naar water
V1
. Als een hert dat verlangt naar water,. zo verlangt mijn ziel naar U.. U alleen kunt mijn hart vervullen,. mijn aanbidding is voor U.. U alleen bent mijn Kracht, mijn Schild.. Aan U alleen geef ik mij geheel.. U alleen kunt mijn hart vervullen,. mijn aanbidding is voor U

Handelingen 2:1-42
1 En toen de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. 2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten.

3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. 4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

5 Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. 6 Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

7 En zij waren allen buiten zichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? 8 En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?

9 Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Cappadocië, Pontus en Asia, 10 Frygië, Pamfylië, Egypte, en de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt , alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten,

11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken. 12 En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in verlegenheid, en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen?

13 Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol zoete wijn. 14 Maar Petrus, die daar met de elf andere apostelen stond, verhief zijn stem en sprak tot hen: Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont, dit moet u bekend zijn en laat mijn woorden tot uw oren doordringen:

15 deze mensen zijn namelijk niet dronken, zoals u vermoedt, want het is pas het derde uur van de dag. 16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël:

17 En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. 18 En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.

21 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden. 22 Israëlitische mannen, luister naar deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man Die u van Godswege aangewezen is door krachten, wonderen en tekenen, die God in uw midden door Hem gedaan heeft, zoals u ook zelf weet,

23 deze Jezus , Die overeenkomstig het vastgestelde raadsbesluit en de voorkennis van God overgegeven is, hebt u gevangen genomen en door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gespijkerd en gedood. 24 God heeft Hem echter doen opstaan door de weeën van de dood te ontbinden, omdat het niet mogelijk was dat Hij daardoor vastgehouden zou worden.

25 Want David zegt over Hem: Ik zag de Heere altijd voor mij, want Hij is aan mijn rechter hand , opdat ik niet zou wankelen. 26 Daarom is mijn hart verblijd en mijn tong verheugt zich; ja, ook zal mijn vlees rusten in hoop,

27 want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten en Uw Heilige niet over geven om ontbinding te zien. 28 U hebt mij de wegen ten leven bekendgemaakt. U zult mij vervullen met vreugde door Uw aangezicht.

29 Mannenbroeders, het is mij toegestaan over de aartsvader David vrijuit tegen u te zeggen dat hij én gestorven én begraven is, en dat zijn graf tot op deze dag bij ons is. 30 Aangezien hij een profeet was en wist dat God hem met een eed gezworen had dat Hij uit de vrucht van zijn lichaam, voor zover het zijn vlees betrof, de Christus zou doen opstaan om Hem op zijn troon te zetten,

31 daarom voorzag hij dit en zei hij over de opstanding van Christus dat Zijn ziel niet is verlaten in het graf en dat Zijn vlees geen ontbinding heeft gezien. 32 Deze Jezus heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn.

33 Hij dan, Die door de rechter hand van God verhoogd is en de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort. 34 David is immers niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand ,

35 totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Uw voeten. 36 Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.

37 En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart geraakt en zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? 38 En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal. 40 En met veel meer andere woorden legde hij getuigenis af en spoorde hij hen aan met de woorden: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht!

41 Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt; en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd. 42 En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.

[OB] Psalm 87
V1
Zijn grondslag, zijn onwrikbre vastigheden Heeft God gelegd op bergen, Hem gewijd; De HEER, die Zich in Sions heil verblijdt, Bemint het meer dan alle Jakobs steden.

V3
De Filistijn, de Tyrier, de Moren, Zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht; Van Sion zal het blijde nageslacht Haast zeggen: "Deez' en die is daar geboren".

V5
Dan wordt mijn naam met lofgejuich geprezen; Dan zullen daar de blijde zangers staan, De speellien op de harp en cimbel slaan, En binnen u al mijn fonteinen wezen.

Verkondiging
Thema: De Heilige Geest als geschenk van Jezus 1. Jezus maakt ruimte 2. Jezus geeft vervulling

Opw 343 - Heilige geest van God
Heilige Geest van God, vul opnieuw mijn hart. Heilige Geest van God, vul opnieuw mijn hart. Vul mij opnieuw, vul mij opnieuw. Heilige Geest, vul opnieuw mijn hart

[NB] Psalm 51
V5
Schep in mij, God, een hart dat leeft in 't licht, geef mij een vaste geest, die diep van binnen zonder onzekerheid U blijft beminnen, verwerp mij niet van voor uw aangezicht. Ontneem mij niet uw heil'ge Geest, o God, laat in uw heil mijn hart zich nu verblijden, en richt geheel mijn wil op uw gebod, dan zal ik zondaars op uw wegen leiden.

Collecten
1. kerk 2. kerkelijke kassen

[DNP] Psalm 91
V1
Wie thuis is bij de hoogste Heer en schuilt in zijn ontferming, die zegt: Bij U leg ik mij neer, mijn toevlucht, mijn bescherming. De vogelvanger spant zijn net, de pest zal zich verbreiden - maar over jou zal God, die redt, zijn sterke vleugels spreiden.

JDH 057 - Er komen stromen van zegen
V1
Er komen stromen van zegen Dat heeft Gods Woord ons beloofd, Stromen, verkwikkend als regen, Vloeien tot elk die gelooft. Stromen, stromen van zegen, Komen als plasregens neer. Nu valen drupp’len reeds neder Zend ons die stromen, O Heer.

V2
Er komen stromen van zegen, Heerlijk, verkwikkend zal ’t zijn. Op de valeien en bergen Zal er nieuw leven dan zijn. Stromen, stromen van zegen, Komen als plasregens neer. Nu valen drupp’len reeds neder Zend ons die stromen, O Heer.

V3
Er komen stromen van zegen, Zend ons de Heilstroom nu neer! Geef ons die grote verkwikking; Geef z’ ons voortdurend, O Heer. Stromen, stromen van zegen, Komen als plasregens neer. Nu valen drupp’len reeds neder Zend ons die stromen, O Heer.

ds. J van Dijken

1. Voorzang Psalm 100 (215-216)
2. Stil gebed, votum en groet
3. Zingen Psalm 62: 1, 5 (137)
4. Wet en de kern daarvan zoals de Here Jezus dat aangeeft
5. Zingen Psalm 50: 10, 11 (133)
6. Gebed
7. Schriftlezing Johannes 14: 15 – 26
8. Zingen Gezang 477: 1 (507)
9. Schriftlezing Mattheus 10: 16 – 20
Romeinen 8: 14 – 17
10. Zingen Opwekking 136 (616-617)
11. Preek
12. Zingen Opwekking 770 (688-690)
13. Gebed
14. Zingen EL 270 (351)
15. Zegen

ds. J. Markus

Voorzang Ps. 27:1,2
Stil gebed, votum en groet
Zingen Ps. 27:4
Gebed
Schriftlezing Openbaring 22:12-21
Zingen Gez. 296
Schriftlezing Johannes 14:15-21
Zingen Gez. 235
Preek
Zingen Ps. 33:7,8
Uitleg over de ambten
Zingen Ps. 134:1
Zingen Ps. 134:2
Gebed na bevestiging
Zingen Ps. 134:3
Gebeden
Zingen Gez. 477:1

ds. J. Groenleer

Luisterlied

Psalm 136 vers 1 en 12 (de nieuwe psalmberijming)
Prijs de hoogverheven HEER,
Hij is goed, geef Hem de eer!
Want zijn liefde blijft altijd,
Hij is trouw in eeuwigheid.
Prijs Hem die elk schepsel voedt.
Hij is hoog en groot en goed!
Want zijn liefde blijft altijd,
Hij is trouw in eeuwigheid.

Gebed

Schriftlezing 1 Johannes 4: 7-16
7. Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit
God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
8. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
9. Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn
eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden
leven door Hem. 10. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad
hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als
verzoening voor onze zonden.
11. Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar
liefhebben. 12. Niemand heeft ooit God gezien. Als wij elkaar
liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt
geworden. 13. Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij
in ons, doordat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft. 14. En wij
hebben gezien en getuigen dat de Vader de Zoon gezonden
heeft als Zaligmaker van de wereld. 15. Al wie belijdt dat Jezus
de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God. 16. En wij
hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God
is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.

Meditatie

Luisterlied
Liefdeslied (Bijbelgedeelte: 1 Korintiërs 13, Tekst: Jan Pieter
Kuijper)
Al kende ik de woorden van elke mensentaal,
maar zou de liefde missen, ik klonk als een cimbaal.
Al kon ik zelfs ook spreken als met een eng’lentong,
ik klonk, zonder de liefde, niet beter dan een gong.
Al kon ik profeteren, al was mijn geest in staat
om waarheid waar te nemen die anderen ontgaat,
al kon ik bergen dwingen om aan de kant te gaan,
als ik de liefde miste, had ik daar weinig aan.
Al gaf ik aan de armen mijn aardse overvloed,
door alles uit te delen: mijn brood, mijn geld, mijn goed,
al liet ik mij verbranden en leed ik helse pijn –
het zou, zonder de liefde, vergeefse moeite zijn.
De liefde is geduldig en zoekt geen eigen eer.
Goed is ze, niet afgunstig, vergevend duizend keer.
Ze is niet onfatsoenlijk en denkt van niemand kwaad,
ze zoekt alleen de waarheid, is wars van lasterpraat.
De liefde wil bedekken, gelooft, volhardt, verdraagt,
terwijl ze van de ander nooit een beloning vraagt.
De meeste van Gods gaven zijn straks verleden tijd,
maar zijn geschenk van liefde doorstaat de eeuwigheid.
Veel is mij nu niet helder: ik kijk nog als een kind.
Voor de volmaakte liefde ben ik ten dele blind.
Maar eens als ik God zien zal en Hij mij zelf begroet,
laat Hij mijn ogen stralen en zie ik alles goed.
Geloof zal dan volmaakt zijn, beëindigd is de strijd.
De hoop is straks veranderd in vaste zekerheid.
De meeste is de liefde op ’t eeuwig bruiloftsfeest:
het is de grootste gave van God de Heil’ge Geest!

Bevestiging van het huwelijk
Luisterlied

Zegenlied (Tekst: André Troost)
Gods zegen bidden wij je toe
Hijzelf gaat steeds vooraan
hoe ook je weg zal gaan
Geen mens weet waar en wat en hoe
toch mag je altijd hopen
God doet de toekomst open
Je hebt in liefde trouw beloofd
een zwak en kwetsbaar woord
is hier door ons gehoord
Ontvang de vlam die nimmer dooft
vuur uit Gods hart ontsproten
Hij houdt ons ja omsloten

Zegen

ds. H. van den Heuvel

Mededelingen
Zingen: lied 291: 1, 2 zie ons, trouwe God (Weerklank)
Persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: ps. 25: 3, 4 ob
Lezing vd Wet
Zingen: lied 483: 1, 2 de zonden zijn (Weerklank)
Gebed
Schriftlezing: Psalm 25
Preek – thema: David bidt om Gods vergeving van zijn
zonden.
Zingen: lied 360: 1,2,3 (Liedboek) Heer, wij komen ..
Formulier voor viering van het Avondmaal
zingen: ps. 34: 4 nb
Viering, Schriftlezing: Psalm 131, zingen: lied 334: 1, 2
o Heer, hoe dank ik U (Weerklank)
Slot van het Formulier
Gebed
Zingen: ps. 150: 1 ob
Zegen

ds. H. van den Heuvel

Je bent van harte welkom in onze zondagse erediensten. Als gemeente komen we samen om naar Gods Woord, de Bijbel te luisteren en daaruit steeds weer te horen wat God ons te zeggen heeft.

Contact

Margriete van Comenestraat 8, 2982PH Ridderkerk

06-83808894

Dagelijks woord

Jesaja 40:5
De heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van de HEERE heeft gesproken.