In verband met het coronavirus zijn er momenteel geen reguliere diensten in onze gemeente.

Aankomende diensten

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

stud. W. J. van de Velde

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

ds. A. den Boer

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

stud. B. van Vliet

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

stud. P.A. Kok

Afgelopen diensten

Let op, dit is een herhaling!

Lied 154
V1
Middelpunt van ons verlangen Trooster van 't bevreesd gemoed, Heer, met onze jubelzangen loven wij U liefdegloed. U kwam van de hemel dalen Tot ons, zondaars boos van aard, en voor ons de schuld betalen, die zo lang ons had bezwaard.

V2
Liefde, U moest spot verdragen die U drong door merg en been. U moest onze zonden dragen, U voor allen, U alleen. Toen moest U de beker drinken van Gods toorn op Golgotha. Daar liet U aan 't kruis zich klinken, daar aanbidden we uw gena.

[NB] Psalm 74
V1
Waarom , o God, verstoot Gij voor altoos, verzengt uw toorn de schapen uwer weide? Gedenk uw erfdeel dat G' in oude tijden verlost' en tot gemeente U verkoos.

V4
Uw heil'ge tempel hebben zij verbrand, ontwijd, onteerd de woning van uw vrede. Toen zeiden zij: laat ons dit volk vertreden. Geen godshuis bleef gespaard in heel het land.

[NB] Psalm 19
V5
Zo helpt Gij, God, uw knecht, en houdt zijn paden recht in 't spoor door U gewild. Wie uw geboden acht, wie trouw uw wet betracht beloont Gij ruim en mild. Maar zonder U, o Heer, verdwaal ik altijd weer op zelfgekozen wegen. O, reinig metterdaad mij van 't verborgen kwaad, en leid mij met uw zegen!

Kinderen gaan naar de Zondagsschool
Gebed

Lukas 23:13-26
13 Nadat Pilatus de overpriesters en de leiders en het volk bijeengeroepen had, zei hij tegen hen: 14 U hebt deze Mens naar mij toe gebracht als Iemand Die het volk afvallig maakt. En zie, ik heb Hem in uw aanwezigheid ondervraagd, maar ik heb in deze Mens niets gevonden dat Hem schuldig maakt aan die dingen waarvan u Hem beschuldigt.

15 Ja, ook Herodes niet, want ik heb u naar hem toe gestuurd en zie, er is door Hem niets gedaan wat de dood verdient. 16 Ik zal Hem dan straffen en loslaten.

17 Hij was immers verplicht op het feest voor hen iemand los te laten. 18 Maar de hele menigte schreeuwde als één man: Weg met Deze, en laat voor ons Barabbas los.

19 Dat was iemand die om een of ander oproer dat in de stad plaatsgevonden had, en om een moord in de gevangenis geworpen was. 20 Pilatus dan sprak hen opnieuw toe , omdat hij Jezus wilde loslaten.

21 Maar zij riepen terug: Kruisig Hem , kruisig Hem. 22 Hij zei echter voor de derde keer tegen hen: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Ik heb niets in Hem gevonden wat de dood verdient. Ik zal Hem dan straffen en loslaten.

23 Maar zij drongen met luid geroep aan en eisten dat Hij gekruisigd zou worden. En hun geroep en dat van de overpriesters kreeg de overhand. 24 En Pilatus besliste dat hun eis zou worden ingewilligd.

25 En hij liet hun de man los die om oproer en moord in de gevangenis geworpen was, om wie zij gevraagd hadden. Maar Jezus leverde hij over aan hun wil. 26 En toen zij Hem wegleidden, grepen zij een zekere Simon van Cyrene, die van de akker kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus aan te dragen.

Galaten 5:16-26
16 Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. 17 Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.

18 Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet. 19 Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid,

20 afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, 21 jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.

22 De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. 23 Daartegen richt de wet zich niet.

24 Maar wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. 25 Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.

26 Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden.

Schriftberijming 12
V1
Wie heeft geloofd Gods woord aan de profeet? Wie kent Gods knecht, ontluisterd in zijn leed, gegeseld en, met ruwe spot ontkleed, aan 't kruis geslagen? Wie zou aan Hem zijn levensnood ooit klagen, die werd vermoord? Wie zal door kracht van boven tot zijn behoud in zulk een Vorst geloven, aan 't hout doorboord?

V8
't Verloste volk verheft tot Hem zijn hart. Zijn heerlijk loon! Omdat Hij heeft volhard en tot het einde van de dood zijn smart trouw heeft geleden. Hij heeft voor schenders van Gods wet gebeden. Hij werd veracht en moest Gods vrede derven, ons hart ten troost in leven en in sterven. Het is volbracht!

Verkondiging
Thema: Kruisdragen achter Jezus aan

Gezang 442
V1
Jezus, ga ons voor deze wereld door, en U volgend op uw schreden gaan wij moedig met U mede. Leid ons aan uw hand naar het vaderland.

V2
Valt de weg ons lang, zijn wij klein en bang, sterk ons, Heer, om zonder klagen achter U ons kruis te dragen. Waar Gij voor ons tradt, is het rechte pad.

V3
Krimpt ons angstig hart onder eigen smart, moet het met de ander lijden, Jezus, geef ons kracht tot beide. Wees Gij zelf het licht dat ons troost en richt.

V4
In de woestenij, Heer, blijf ons nabij met uw troost en met uw zegen tot aan 't eind van onze wegen. Leid ons op uw tijd in uw heerlijkheid.

Collecte
1. Noodhulp Zuidelijk Afrika

[OB] Psalm 17
V3
Ik zet mijn treden in Uw spoor, opdat mijn voet niet uit zou glijden. Wil mij voor struikelen bevrijden, en ga mij met Uw heillicht voor. Ik roep U aan, 'k blijf op U wachten, omdat G', o God, mij altoos redt. Ai, luister dan naar mijn gebed, en neig Uw oren tot mijn klachten.

V8
Maar ,blij vooruitzicht, dat mij streelt, Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen; U in gerechtigheid aanschouwen; Verzadigd met Uw Goddlijk beeld.

Uitgangscollecte
1. Kerk

drs. B. Reinders

Let op, dit is een herhaling!

[NB] Psalm 119
V64
Een smekeling, zo kom ik tot uw troon; leg met uw woord beslag op mijn gedachten opdat ik in het licht der waarheid woon. Laat niet vergeefs mij op uw bijstand wachten. Leer mij uw wet, die goed is, waar en schoon, dan loof ik U bij dagen en bij nachten.

V66
Geef leven aan mijn ziel, wees Gij mijn lied, geef dat ik eeuwig U mag toebehoren. Onthoud mij uw getuigenissen niet. Ik was een schaap en had de weg verloren. Zoek, Heer, uw knecht. Ik hoor wat Gij gebiedt. Gij hebt mij immers tot uw dienst verkoren.

[OB] Psalm 33
V7
De grote Schepper aller dingen Ziet, uit het ongenaakbaar licht, Het gans gedrag der stervelingen; Niets is bedekt voor Zijn gezicht. Uit Zijn vaste woning, Daar Hij heerst als Koning, Daar Zijn lof, Zijn eer, Klinkt door al de bogen, Zien Zijn Godd'lijk' ogen Op al 't mensdom neer.

V3
Hij schept in 't heilig recht behagen, Zijn wijsheid is alom verspreid; Men hoort al 't wereldrond gewagen Van Zijne goedertierenheid. 's HEEREN alvermogen Bracht de hemelbogen, Door Zijn woord in 't licht. Heeft de flonkervuren, Die den tijd verduren, Door Zijn Geest gesticht.

Romeinen 8:1-17
1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. 2 Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.

3 Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

5 Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest. 6 Want het bedenken van het vlees is de dood, maar het bedenken van de Geest is leven en vrede.

7 Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. 8 En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.

9 Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. 10 Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.

11 En als de Geest van Hem Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont. 12 Welnu, broeders, wij zijn aan het vlees niet verplicht om naar het vlees te leven.

13 Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven. Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven. 14 Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.

15 Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt , maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! 16 De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn.

17 En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

[NB] Psalm 51
V5
Schep in mij, God, een hart dat leeft in 't licht, geef mij een vaste geest, die diep van binnen zonder onzekerheid U blijft beminnen, verwerp mij niet van voor uw aangezicht. Ontneem mij niet uw heil'ge Geest, o God, laat in uw heil mijn hart zich nu verblijden, en richt geheel mijn wil op uw gebod, dan zal ik zondaars op uw wegen leiden.

Verkondiging
Thema: HC zondag 20 - Ik geloof in de Heilige Geest

Lied 385
V1
Heil’ge Geest, die kwam van boven en die nu in mij ook woont, U bent God, mag ik geloven, met de Vader en de Zoon. U bent God, U bent God, U bent echt en eeuwig God.

V2
Heil’ge Geest, U bent gegeven ook aan mij als lid der kerk. U vernieuwt, voltooit mijn leven, doet in mijn hart stil uw werk. Ook in mij, ook in mij, U werkt altijd ook in mij.

V3
Heil’ge Geest, u wilt mij leiden, maakt mij Christus’ eigendom, gaat als bruid mij toebereiden voor mijn grote bruidegom. Wonder groot, wonder groot, U verricht een wonder groot.

Collecten
1. Noodhulp Zuidelijk Afrika

Gezang 78
V1
Laat me in U blijven, groeien, bloeien, o Heiland die de wijnstok zijt! Uw kracht moet in mij overvloeien, of 'k ben een wis verderf gewijd. Doorstroom, beziel en zegen mij, opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!

V2
Ik kan mijzelf geen wasdom geven: niets kan ik zonder U, o Heer! In uw gemeenschap kiemt er leven en levensvolheid meer en meer! Uw Geest moet in mij uitgestort: de rank die U ontvalt, verdort.

Gezang 78
V3
Neen, Heer, ik wil van U niet scheiden, 'k blijf de Uw' altijd, blijf Gij de mijn'! Uw liefde moet alom mij leiden, uw leven moet mijn leven zijn, uw licht moet schijnen in mijn huis bij kruis naar kracht en kracht naar kruis.

V4
Dan blijft mijn ziel voor U gewonnen, dan wint mijn ziel door U in kracht! Het werk in need'righeid begonnen, wordt dan in heerlijkheid volbracht! Wat in de winds'len sliep, ontbot, en komt in 't licht en rijpt voor God.

Uitgangscollecte
1. Kerk

drs. B. Reinders

Let op, dit is een herhaling!

[NB] Psalm 95
V1
Steekt nu voor God de loftrompet, Hem die ons in de vrijheid zet. Komt voor zijn aanschijn met verblijden. Brengt Hem de dank van al wat leeft, Hem, die ons heil gegrondvest heeft. Viert Hem, de koning der getijden.

V2
Groot God is Hij, Hij strijdt vooraan, de goden zijn Hem onderdaan; de hoge bergen houdt Hij staande. Het hart der aard' is in zijn hand. Hij riep de zee, Hij schiep het land. Hij is het, die de weg ons baande.

V3
Komt, werpen wij ons voor den Heer die ons gemaakt heeft biddend neer, wij, die het volk zijn van zijn weide. Want onze God, Hij gaat ons voor, Hij trekt met ons de diepte door. Zijn hand zal ons als schapen leiden.

[NB] Psalm 43
V3
O Here God, kom mij bevrijden, zend mij uw waarheid en uw licht die naar uw heil'ge berg mij leiden, waar Gij mij woning wilt bereiden. Geef dat ik door U opgericht kom voor uw aangezicht.

V4
Dan ga ik op tot uw altaren, tot U, o bron van zaligheid. Dan mag mijn ziel uw heil ervaren en dankbaar ruisen alle snaren voor U die al mijn vreugde zijt en eindloos mij verblijdt.

V5
Mijn ziel, hoe zijt gij zo verslagen, mijn hart, wat kwelt gij u zozeer? Vertrouw op 's Heren welbehagen. Hij doet weldra de morgen dagen. ja, ik zal zingen tot zijn eer: mijn redder is de Heer.

Opw 136 - Abba vader U alleen
V1
. Abba, Vader, U alleen, . U behoor ik toe. . U alleen doorgrondt mijn hart, . U behoort het toe. . Laat mijn hart steeds vurig zijn, . U laat nooit alleen. . Abba, Vader, U alleen, . U behoor ik toe.

V2
. Abba, Vader, laat mij zijn . slechts van U alleen. . Dat mijn wil voor eeuwig zij . d' uwe en anders geen. . Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer. . Laat mij nimmer gaan. . Abba, Vader, laat mij zijn . slechts van U alleen.

Kinderen gaan naar de zondagschool

Mattheüs 26:69-75
69 Petrus zat buiten op de binnenplaats; een dienstmeisje kwam naar hem toe en zei: Ook u was bij Jezus, de Galileeër. 70 Maar hij ontkende het in het bijzijn van allen en zei: Ik weet niet wat u zegt.

71 Toen hij naar buiten ging, naar de poort, zag een ander dienstmeisje hem, en die zei tegen hen die daar waren : Hij was ook bij Jezus de Nazarener. 72 En hij ontkende het opnieuw, met een eed, en zei : Ik ken de Mens niet.

73 Kort daarna zeiden zij die daar stonden en dichterbij kwamen, tegen Petrus: Werkelijk, u bent een van hen, want uw spraak verraadt u. 74 Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: Ik ken de Mens niet.

75 En meteen kraaide de haan; en Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, Die tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. Toen ging hij naar buiten en huilde bitter.

Mattheüs 27:1-5
1 Toen het ochtend geworden was, kwamen al de overpriesters en de oudsten van het volk met betrekking tot Jezus gezamenlijk tot het besluit Hem te doden. 2 En zij boeiden Hem, leidden Hem weg en leverden Hem over aan Pontius Pilatus, de stadhouder.

3 Toen Judas, die Hem verraden had, zag dat Hij veroordeeld was, kreeg hij berouw en hij bracht de dertig zilveren penningen bij de overpriesters en de oudsten terug 4 en zei: Ik heb gezondigd, want ik heb onschuldig bloed verraden! Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? U moet maar zien.

5 En nadat hij de zilveren penningen de tempel in gegooid had, vertrok hij. Hij ging heen en hing zich op.

Gezang 454
V1
Wat zou ik zonder U geweest zijn, hoe zou ik zonder U bestaan? Ik zou ten prooi aan angst en vrees zijn en eenzaam door de wereld gaan. Mijn liefde tastte in den blinde. Een afgrond lag in het verschiet. En waar zou ik een trooster vinden die werk'lijk wist van mijn verdriet?

V2
Een diepe nacht zou mij omvangen waarna geen blijde morgen daagt. Ik werd verteerd door wild verlangen, door 's levens maalstroom weggevaagd. Ik zou alleen zijn, van het heden en van de toekomst ongewis. Wie kan er aarden hier beneden als er geen open hemel is?

V3
Maar Christus gaf mij taal en teken en ik ben zeker van zijn stem. De nacht is voor het licht geweken, het grond'loos lot krijgt zin door Hem. Nu word ik mens, herkrijg mijn vrijheid bij water, woord en brood en wijn, omdat ik weet van zijn nabijheid waar twee of drie vergaderd zijn.

Verkondiging
‘Twee leerlingen; ze gaan eerst een zelfde weg, maar eindigen tenslotte heel verschillend’

[OB] Psalm 25
V3
Denk aan 't vaderlijk meedogen, HEER', waarop ik biddend pleit: Milde handen, vriendlijk' ogen, Zijn bij U van eeuwigheid, Sla de zonden nimmer ga, Die mijn jonkheid heeft bedreven. Denk aan mij toch in gena, Om Uw goedheid eer te geven.

V4
's HEEREN goedheid kent geen palen. God is recht, dus zal Hij door Onderwijzing hen, die dwalen, Brengen in het rechte spoor. Hij zal leiden 't zacht gemoed In het effen recht des HEEREN. Wie Hem needrig valt te voet, Zal van Hem zijn wegen leren.

Collecte
1. Kerk 2. Diaconie

Gezang 177
V1
Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten, in deze zee verzinken mijn gedachten: o liefde die, om zondaars te bevrijden, zo zwaar moest lijden.

V6
Daar Ge U voor mij hebt in de dood gegeven, hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven? Zou ik aan U voor zulk een bitter lijden mijn hart niet wijden?

drs. W.P. de Groot

Let op, dit is een herhaling!

Gezang 323
V1
God is tegenwoordig, God is in ons midden, laat ons diep in 't stof aanbidden. God is in ons midden, laat nu alles zwijgen alles in ons voor Hem neigen. Wie de stem heft tot Hem sla de ogen neder, geve 't hart Hem weder.

[OB] Psalm 100
V1
Juich aarde, juicht alom den HEER; Dient God met blijdschap, geeft Hem eer; Komt, nadert voor Zijn aangezicht; Zingt Hem een vrolijk lofgedicht.

V2
De HEER is God; erkent, dat Hij Ons heeft gemaakt (en geenszins wij), Tot schapen, die Hij voedt en weidt; Een volk, tot Zijnen dienst bereid.

V3
Gaat tot Zijn poorten in met lof, Met lofzang in Zijn heilig hof; Looft Hem aldaar met hart en stem; Prijst Zijnen Naam, verheerlijkt Hem.

V4
Want goedertieren is de HEER; Zijn goedheid eindigt nimmermeer; Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht Tot in het laatste nageslacht.

Jeremia 45:1-5
1 Het woord dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot Baruch, de zoon van Neria, toen hij deze woorden uit de mond van Jeremia op een boek rol schreef, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda: 2 Zo zegt de HEERE, de God van Israël, tegen u, Baruch:

3 U zegt: Wee mij toch, want de HEERE heeft aan mijn leed nog meer verdriet toegevoegd. Ik ben moe van mijn zuchten. Ik vind geen rust. 4 Dit moet u tegen hem zeggen: Zo zegt de HEERE: Zie, wat Ik gebouwd heb, ga Ik afbreken, en wat Ik geplant heb, ga Ik wegrukken, zelfs heel dit land.

5 En zou ú voor uzelf grote dingen zoeken? Zoek ze niet, want zie, Ik ga onheil brengen over alle vlees, spreekt de HEERE. Maar u zal Ik uw leven ten buit geven in alle plaatsen waarheen u zult gaan.

Openbaring 5:1-7
1 En ik zag in de rechter hand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels. 2 En ik zag een sterke engel, die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?

3 Maar er was niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien. 4 En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien.

5 En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken. 6 En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.

7 En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechter hand van Hem Die op de troon zat.

Mattheüs 19:27-30
27 Toen antwoordde Petrus en zei tegen Hem: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn? 28 En Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.

29 En al wie huizen of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers zal verlaten hebben omwille van Mijn Naam, die zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven. 30 Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten.

[NB] Psalm 80
V3
God der heerscharen, Here Here! Hoe lang zult Gij uw volk verteren? Gij spijzigt ons met tranenbrood, Gij drenkt ons hart met spot en nood; laat lichten ons uw aanschijn, Heer, doe ons opstaan en help ons weer.

V6
Zie van uw hoge hemel neder, dat onze aanblik U verteder, geef op uw eigen planting acht, de zoon die Gij hebt grootgebracht, brand hem niet weg in uw gericht, as tot as voor uw aangezicht.

V7
Dan zullen wij niet van U wijken, uw naam zal op ons voorhoofd prijken, uw naam is ons als uw gelaat; een sterrebeeld, een dageraad. Laat lichten ons uw aanschijn, Heer, doe ons opstaan en help ons weer.

Verkondiging
Hoe de HERE zich bemoeit met Zijn dienaar Baruch.

Gezang 326
V1
Een rijke schat van wijsheid schonk God ons in zijn woord. Hebt moed, gij die op reis zijt, want daarmee kunt gij voort. Gods woord is ons een licht, en elk die in vertrouwen daarnaar zijn leven richt, die zal erin aanschouwen des Heren aangezicht.

V2
God opent hart en oren, opdat wij in geloof zijn roepstem zouden horen, voor and're stemmen doof. Gods woord gordt mensen aan, om zonder te versagen het smalle pad te gaan en stil het kruis te dragen achter hun Heiland aan.

V5
O Gij die wilt ontmoeten wie vragen naar uw wil, zie hoe wij aan uw voeten zitten en luist'ren stil. Geef dat tot U, o Heer, 't woord van uw welbehagen niet ledig wederkeer', maar dat het vrucht mag dragen, uw grote naam ter eer.

Collecte
1. Kerk 2. Diaconie

[NB] Psalm 86
V4
Leer mij naar uw wil te handlen, laat mij in uw waarheid wandlen. Voeg geheel mijn hart tezaam tot de vrees van uwen naam. Heer mijn God, ik zal U loven, heffen 't ganse hart naar boven. Ja, uw naam en majesteit loof ik tot in eeuwigheid.

Opw 123 - Groot is uw trouw o Heer
V1
. Groot is uw trouw, o Heer,. mijn God en Vader.. Er is geen schaduw van omkeer bij U.. Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde. die Gij steeds waart,. dat bewijst Gij ook nu.

V2
. Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,. en uw nabijheid, die sterkt en die leidt:. Kracht voor vandaag,. blijde hoop voor de toekomst.. Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.

drs. W.P. de Groot

Lied 14
V1
Alles wat adem heeft love de Here, zinge de lof van Isr’els God! Zolang ik hier in het licht mag verkeren, roem ik zijn liefd’ en prijs mijn lot. Die lijf en ziel geschapen heeft worde geloofd door al wat leeft. Halleluja! Halleluja!

V7
Roem dan, gij mensen, en lofzing tezamen Hem die zo grote dingen doet. Alles wat adem heeft, roepe nu amen, zinge nu blijde: God is goed! Love dan ieder die Hem vreest Vader en Zoon en Heil’ge Geest! Halleluja! Halleluja!

[OB] Psalm 95
V1
Komt, laat ons samen Isrels HEER', De rotssteen van ons heil, met eer, Met Godgewijde zang ontmoeten. Laat ons Zijn gunstrijk aangezicht, Met een verheven lofgedicht, En blijde psalmen, juichend groeten.

V4
Want Hij is onze God, en wij Zijn 't volk van Zijne heerschappij, De schapen, die Zijn hand wil weiden. Zo gij Zijn stem dan heden hoort, Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord; Verhardt u niet, maar laat u leiden.

Opw 051 - Dit is mijn gebod dat gij elkander
V1
. Dit is mijn gebod, dat gij elkander. liefhebt en uw blijdschap wordt vervuld.. Dit is mijn gebod,. dat gij elkander liefhebt. en uw blijdschap wordt vervuld. (3x). Dit is mijn gebod, dat gij elkander. liefhebt en uw blijdschap wordt vervuld

Kinderen gaan naar de zondagsschool
Gebed

Kinderen gaan naar de zondagsschool
Kinderen gaan naar de zondagsschool
Mattheüs 21:23-46
23 En toen Hij in de tempel gekomen was, kwamen de overpriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe, terwijl Hij onderwijs gaf, en zeiden: Met welke bevoegdheid doet U deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven? 24 Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt, zal Ik u ook zeggen met welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.

25 De doop van Johannes, vanwaar was die, uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden met elkaar, en zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd? 26 Maar als wij zeggen: Uit de mensen, dan zijn wij bevreesd voor de menigte, want zij houden allen Johannes voor een profeet.

27 En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. Hij zei tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet met wat voor bevoegdheid Ik dit doe. 28 Maar wat denkt u? Iemand had twee zonen, en hij ging naar de eerste en zei: Zoon, ga vandaag in mijn wijngaard werken.

29 Maar hij antwoordde en zei: Ik wil niet. Later kreeg hij berouw en ging erheen. 30 En hij ging naar de tweede en zei hetzelfde, en deze antwoordde en zei: Ik ga , heer! Maar hij ging niet.

31 Wie van deze twee heeft de wil van de vader gedaan? Zij zeiden tegen Hem: De eerste. Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk van God. 32 Want Johannes is bij u gekomen in de weg van de gerechtigheid, en u hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; en hoewel u dat zag, hebt u later geen berouw gehad zodat ook u hem geloofde.

33 Luister naar een andere gelijkenis. Er was iemand, een heer des huizes, die een wijngaard plantte. Hij zette er een omheining omheen, groef er een wijnpersbak in uit en bouwde een toren. En hij verhuurde hem aan landbouwers en ging naar het buitenland. 34 Toen de tijd van de vruchten naderde, stuurde hij zijn slaven naar de landbouwers om zijn vruchten te ontvangen.

35 En de landbouwers namen zijn slaven, sloegen de één, doodden een ander, en stenigden een derde. 36 Nogmaals stuurde hij andere slaven, meer in aantal dan de eerste, en zij deden met hen hetzelfde.

37 Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe en zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben. 38 Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfenis voor onszelf houden.

39 Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij hem buiten de wijngaard en doodden hem . 40 Wanneer dan de heer van de wijngaard komen zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

41 Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die kwaaddoeners een kwade dood doen sterven en zal de wijngaard aan andere landbouwers verhuren, die hem de vruchten op hun tijd zullen geven. 42 Jezus zei tegen hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: De steen die de bouwers verworpen hadden, die is tot een hoeksteen geworden; dit is door de Heere geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

43 Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. 44 En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen.

45 En toen de overpriesters en Farizeeën deze gelijkenissen van Hem hoorden, begrepen zij dat Hij over hen sprak. 46 En zij probeerden Hem te grijpen, maar zij waren bevreesd voor de menigten, omdat die Hem voor een profeet hielden.

Mattheüs 21:23-46
Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46Mattheüs 21:23-46
[OB] Psalm 2
V1
Wat drift beheerst het woedend heidendom, En heeft het hart der volken ingenomen? De koningen verheffen zich alom, De vorsten zijn vermetel saamgekomen, Om God, den HEER', zelfs naar de kroon te steken, En tegen Zijn Gezalfde op te staan. Zij spreken saam: "Laat ons hun banden breken, En van hun juk en touwen ons ontslaan."

V6
Vreest 's HEEREN macht en dient Zijn Majesteit; Juicht, bevend op 't gezicht van Zijn vermogen, En kust den Zoon, van ouds u toegezeid; Eer u Zijn toorn verdelg' voor aller ogen, U op uw' weg tot stof doe wederkeren; Wanneer Zijn wraak, getergd door uw gedrag, U, onverhoeds, zou door haar gloed verteren, Tot staving van Zijn langgehoond gezag.

V7
Welzalig zij, die, naar Zijn reine leer, In Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen. Die Sions Vorst erkennen voor hun HEER'; Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen.

Verkondiging
Thema: Vruchten voortbrengen

Verkondiging
Verkondiging
[NB] Psalm 118
V8
De steen, dien door de tempelbouwers veracht'lijk was een plaats ontzegd, werd tot verbazing der beschouwers ten hoeksteen door God zelf gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen, door 's Heren hand alleen geschied. Het is een wonder in onz' ogen. Wij zien het, maar doorgronden 't niet.

V10
De Heer is God, zijn gunst verheugde ons oog en hart met vrolijk licht. Nu worde 't offer onzer vreugde op zijn altaren aangericht. Gij zijt mijn God, U zal ik prijzen, o God, U roemen wijd en zijd. Laat aller lof ten hemel rijzen; Gods liefde duurt in eeuwigheid.

Opw 249 - Heer wat een voorrecht
V1
. Heer, wat een voorrecht. om in liefde te gaan,. schouder aan schouder. in uw wijngaard te staan,. samen te dienen, te zien wie U bent,. want uw woord maakt uw wegen bekend.

C
. Samen op weg gaan, dat is ons gebed,. als een volk, dat juist daarvoor. door U apart is gezet.. Vol van uw liefde, genade en kracht,. als een lamp, die nog schijnt in de nacht.

V2
. Samen te strijden in woord en in werk.. Eén zijn in U, dat alleen maakt ons sterk.. Delen in vreugde, in zorgen, in pijn,. als uw kerk, die waarachtig wil zijn

stud. A.J. Droger

Gezang 434
V1
Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere. Laat ons naar hartelust zingen en blij musiceren. Komt allen saam, psalmzingt de heilige naam, looft al wat ademt de Here.

V2
Lof zij de Heer, Hij omringt met zijn liefde uw leven; heeft u in 't licht als op adelaarsvleug'len geheven. Hij die u leidt, zodat uw hart zich verblijdt, Hij heeft zijn woord u gegeven.

V5
Lof zij de Heer met de heerlijkste naam van zijn namen, christenen looft Hem met Abrahams kinderen samen. Hart wees gerust, Hij is uw licht en uw lust. Alles wat ademt zegt: Amen.

[NB] Psalm 34
V1
Ik loof den Heer altijd. Steeds zingt mijn mond zijn lof, zijn eer. Ja, ik beroem mij op den Heer en prijs zijn hoog beleid. Gods kleinen horen mij en zij verheugen zich tezaam. Verheft met mij des Heren naam, zegent dien en weest blij.

V2
'k Heb naar den Heer gevraagd en Hij beantwoordt mijn gebed. Hij heeft mij van mijn angst gered, en mijn verlossing daagt. Die opzien naar den Heer, zij zullen blinken in het licht, geen schaamrood is op hun gezicht, nooit slaan zij d' ogen neer.

2 Kronieken 20:1-19
1 Hierna gebeurde het dat de Moabieten en de Ammonieten, en met hen een deel van de Meünieten, ten strijde trokken tegen Josafat. 2 Toen kwam men Josafat de boodschap brengen: Er komt een grote troepenmacht op u af van de overkant van de zee, uit Syrië, en zie, zij zijn bij Hazezon-Thamar. (Dat is Engedi.)

3 Josafat werd bevreesd en zette er zijn zinnen op om de HEERE te zoeken. Hij riep een vasten uit in heel Juda. 4 En Juda werd bijeengeroepen om bij de HEERE hulp te zoeken. Zij kwamen zelfs uit alle steden van Juda om de HEERE te raadplegen.

5 Toen ging Josafat tussen de gemeente van Juda en Jeruzalem staan, in het huis van de HEERE, vóór de nieuwe voorhof, 6 en zei: HEERE, God van onze vaderen, bent U niet die God Die in de hemel is? Ja, U bent de Heerser over alle koninkrijken van de heidenvolken. In Uw hand is kracht en sterkte, zodat niemand tegen U kan standhouden.

7 Hebt U, onze God, niet de inwoners van dit land van voor de ogen van Uw volk Israël verdreven, en dat voor eeuwig aan het nageslacht van Abraham, die U liefhad, gegeven? 8 Zij zijn daarin gaan wonen en hebben daar voor U een heiligdom gebouwd, voor Uw Naam, en gezegd :

9 Als ons enig onheil overkomt, het zwaard van het gericht, de pest of een hongersnood, zullen wij voor dit huis en voor Uw aangezicht staan, omdat Uw Naam in dit huis is. Wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en U zult verhoren en verlossen. 10 Welnu, zie de Ammonieten, Moab en de bewoners van het Seïrgebergte, tegen wie U Israël niet toestond op te trekken toen zij uit het land Egypte kwamen. Daarom trokken zij bij hen vandaan en vaagden hen niet weg,

11 en zie, zij vergelden het ons, door ons te komen verdrijven uit Uw bezit dat U ons in bezit hebt gegeven. 12 Onze God, zult U geen gericht over hen oefenen? In ons is immers geen kracht tegen deze grote troepenmacht die op ons af komt, en wij weten niet, wat wij moeten doen, maar op U zijn onze ogen gericht .

13 Heel Juda stond voor het aangezicht van de HEERE, ook hun kleine kinderen, hun vrouwen en hun zonen. 14 Toen kwam de Geest van de HEERE in het midden van de gemeente op Jahaziël, de zoon van Zecharja, de zoon van Benaja, de zoon van Jeïel, de zoon van Mattanja, de Leviet, uit de zonen van Asaf,

15 en hij zei: Sla er acht op, heel Juda, inwoners van Jeruzalem, en u , koning Josafat! Zo zegt de HEERE tegen u: Weest u niet bevreesd en wees niet ontsteld vanwege deze grote troepenmacht, want niet aan u is de strijd, maar aan God. 16 Ga morgen op hen af. Zie, zij trekken nu over de pas van Ziz. U zult hen aantreffen aan het einde van het dal, vóór de woestijn van Jeruel.

17 Het is niet aan u in deze oorlog te strijden. Stel uzelf op, blijf staan en zie het heil van de HEERE dat met u is , Juda en Jeruzalem. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld. Trek morgen tegen hen op, want de HEERE zal met u zijn. 18 Toen boog Josafat zich met het gezicht ter aarde, en heel Juda en de inwoners van Jeruzalem vielen voor het aangezicht van de HEERE neer en bogen zich neer voor de HEERE.

19 En de Levieten van de nakomelingen van de Kahathieten, en van de nakomelingen van de Korachieten, stonden op om de HEERE, de God van Israël, met luide stem ten hoogste te prijzen.

2 Kronieken 20:1-19
2 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-192 Kronieken 20:1-19
[OB] Psalm 43
V1
Geduchte God, hoor mijn gebeden; Strijd voor mijn recht, en maak mij vrij Van hen, die, vol arglistigheden, Gerechtigheid en trouw vertreden, Opdat mijn ziel Uw naam belij' En U geheiligd zij.

V5
Mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen? Wat zijt g' onrustig in uw lot? Berust in 's HEEREN welbehagen, Hij doet welhaast uw heilzon dagen; Uw hoop herleev', naar Zijn gebod; Mijn Redder is mijn God.

Verkondiging
Thema: Hulp zoeken bij de HEERE

Verkondiging
Verkondiging
[NB] Psalm 33
V7
Heil hem, die hoopt in vrees en beven op Gods genadig aangezicht. Wie op zijn gunst vertrouwt zal leven, God houdt het oog op hem gericht. Ja, Hij kent de zijnen, Hij laat niet verkwijnen wie zijn hulp verbeidt. Koninklijk van gaven wil de Here laven wie ontbering lijdt.

V8
Wij wachten stil op Gods ontferming, ons hart heeft zich in Hem verheugd. Hij komt te hulp en geeft bescherming, zijn heil'ge naam is onze vreugd. Laat te allen tijde uwe liefd' ons leiden, uw barmhartigheid. God, op wien wij wachten, geef ons moed en krachten nu en voor altijd.

Opw 429 - God wijst mij een weg
V1
. Refrein:. God wijst mij een weg. als ik zelf geen uitkomst zie.. Langs wegen die geen mens bedenkt,. maakt Hij mij zijn wil bekend.. Hij geeft elke dag. nieuwe liefde, nieuwe kracht.. Als ik mijn hand in zijn hand leg,. wijst Hij mij de weg,. wijst Hij mij de weg.

V2
. Al moet ik door de wildernis -. Hij leidt mij.. Hij toont mij een rivier in de woestijn.. Alles zal ooit vergaan. maar zijn liefde blijft bestaan. en Hij maakt iets heel nieuws vandaag.

C
. God wijst mij een weg. als ik zelf geen uitkomst zie.. Langs wegen die geen mens bedenkt,. maakt Hij mij zijn wil bekend.. Hij geeft elke dag. nieuwe liefde, nieuwe kracht.. Als ik mijn hand in zijn hand leg,. wijst Hij mij de weg,. wijst Hij mij de weg

Gezang 255
V1
Ere zij aan God, de Vader, ere zij aan God, de Zoon, eer de Heil'ge Geest, de Trooster, de Drie-een-ge in zijn troon. Halleluja, halleluja, de Drie-een-ge in zijn troon!

V4
Halleluja, lof, aanbidding brengen eng'len U ter eer, heerlijkheid en kracht en machten legt uw schepping voor U neer. Halleluja, halleluja, lof zij U, der heren Heer!

stud. A.J. Droger

Liturgie Biddagdienst 2020

1. Voorzang Psalm 145: 1 en 3 (NB)
2. Stil gebed, votum en groet
3. Zingen Psalm 145: 5 en 6 (NB)
4. Gebed
5. Schriftlezing Lukas 11:1-13
6. Zingen Psalm 103:1, 7 en 9 (OB)
7. Preek over Lukas 11:1-13
Thema: de Heere Jezus leert ons bidden.
hoe
tot wie
waarvoor
8. Zingen Opwekking 436 of LvdK 48:1,3 en 9
9. Gebed
10. Collecte
11. Zingen Opwekking 248 (God is getrouw)
12. Geloofsbelijdenis
13. Zingen Psalm 93:4 (OB)
14. Zegen

stud. B. van Vliet

Voorzang > [Weerklank] Ld. 289: 2,3 (Wij willen deze dag U wijden)
Stil gebed, votum en groet
Zingen > [De Nieuwe Psalmberijming] Ps. 81: 1,2,3 (www.denieuwepsalmberijming.nl)
Wet
Zingen > [Nieuwe Berijming] Ps. 119: 13,15
Gebed
Schriftlezing > Mark. 8:27-38
Zingen > [Nieuwe Berijming] Ps. 139: 1,14
Preek > Mark. 8:31-34
Thema: Jezus wijst de kruisweg
1. (eerst) een duivelse terechtwijzing
2. (vervolgens) een genadevolle terechtwijzing
Zingen > [Oude Berijming] Ps. 89: 7
Gebed
Collecte
Zingen > [Liedboek voor de kerken] Ld. 442: 1,2,4 (Jezus, ga ons voor)
Zegen

stud. P.A. Kok

Voorzang > Opwekking 727 (Ik val niet uit Uw hand)
Stil gebed, votum en groet
Zingen > [Oude Berijming] Ps. 65: 1
Gebed
Schriftlezing > Ps. 91
Zingen > [De Nieuwe Psalmberijming] Ps. 91: 1,2 (www.denieuwepsalmberijming.nl)
Preek > Ps. 91:9a
Thema: Schuilen bij de Heere
1. in alle nood
2. door het geloof
3. (dat) biedt perspectief
Zingen > [De Nieuwe Psalmberijming] Ps. 91: 3,4 (www.denieuwepsalmberijming.nl)
Gebed
Collecte
Zingen > [Liedboek voor de kerken] Ld. 466: 3 (Ik heb mijn God, dat is genoeg)
Geloofsbelijdenis
Zingen > [Liedboek voor de kerken] Ld. 293: 1,3,4 (Wat de toekomst brengen moge)
Zegen

stud. P.A. Kok

Mededelingen
Zingen: ps. 84: 1, 3 (Weerklank)
Persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: lied 177: 1, 6, 7 (Liedboek)
Lezing vd Wet
Zingen: ps. 119: 40 nb
Gebed
Schriftlezing: Joh.9: 8-34
Preek – thema: Jezus, het Licht van de wereld komt van God
en is Gods profeet
Zingen: lied 151: 1,2,3 kom, knielen (Weerklank)
Lezing Formulier voor viering Avondmaal
zingen: lied 363(Liedboek)
Viering
1 e tafel: Schriftlezing: 1 Joh.1:5-7; 2:1,2 + zingen:lied 182:1
2 e tafel: Schriftlezing: 1 Joh.4: 7-12 + zingen: lied 182: 4
Afsluiting
Gebed
Collecte
Zingen: ps. 146: 1, 8 (Weerklank)
Zegen

ds. H. van den Heuvel

Mededelingen vd kerkenraad
Zingen: ps. 105: 1, 3 ob
Votum en groet
Zingen: lied 449: 1, 3, 5 God enkel licht (Liedboek)
Lezing Formulier Avondmaal + zingen: ps. 34: 4 nb
Viering: Schriftlezing: Ps. 36: 8-10 + zingen: lied 182: 6
(Liedboek)
Afsluiting
Zingen: ps. 36: 2 nb
Schriftlezing: Joh. 3: 16-21; 34-36 & Joh.9: 35-41
Preek: thema: Jezus, het Licht van de wereld is tot een
oordeel in de wereld gekomen
Zingen: lied 440: 1-4 ik heb de vaste grond (Liedboek)
Gebeden
Collecte
Zingen: schriftberijming 31: 1
Geloofsbelijdenis
Zingen: schriftberijming 31: 2
Zegen

ds. H. van den Heuvel

Lied 289
V1
Wij willen deze dag U wijden, tot U, o Jezus, dankbaar gaan; de dag waarop, na al uw lijden U uit het graf bent opgestaan. Uit deze dag verrijst ons leven, nu God opnieuw begonnen is; wij bidden of u ons wilt geven, de kracht van uw verrijzenis.

V2
Wij willen deze dag u wijden, tot U, o Jezus, dankbaar gaan. Uw kerk looft op gezette tijden de daden die U hebt gedaan. Zend dan uw Geest hier in ons midden, verlicht, vervul ons hart, o Heer. Dan zal ons zingen, geven, bidden geheiligd wezen tot uw eer.

[NB] Psalm 103
V1
Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren, laat al wat binnen in mij is Hem eren, vergeet niet hoe zijn liefd' u heeft geleid, gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven, die u geneest, die uit het graf uw leven verlost en kroont met goedertierenheid.

V3
Hij is een God van liefde en genade, barmhartigheid en goedheid zijn de daden van Hem die niet voor altijd met ons twist, die ons niet doet naar alles wat wij deden, ons niet naar onze ongerechtigheden vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.

V4
Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen boven de aarde, is voor wie Hem vrezen zijn liefde en zijn goedertierenheid. Zo ver verwijderd 't westen is van 't oosten, zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd.

Psalm 19
V3
Volkomen is Gods woord. / ’t Verkwikt elk die het hoort en deze wet begeert, daar Gods getuigenis / hem die nog inzicht mist, de ware wijsheid leert. Hoor naar het woord van God. / Volmaakt is zijn gebod, betrouwbaar, rein en heilig. Zijn woord, dat ons verlicht / en onze voeten richt, geleidt ons vast en veilig.

V5
Het woord van uw vermaan / neem ik gehoorzaam aan; het is mijn richtsnoer, HEER. Elk die op U vertrouwt, / zich aan uw wetten houdt, zal leven tot uw eer. Maar, HEER, wie kent de maat / van zijn verborgen kwaad, wie kan zichzelf doorgronden? Verlos en heilig mij, / o HERE, spreek mij vrij van mijn verborgen zonden.

Johannes 8:12-20
12 Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben. 13 De Farizeeën dan zeiden tegen Hem: U getuigt van Uzelf, Uw getuigenis is niet waar.

14 Jezus antwoordde en zei tegen hen: Hoewel Ik van Mijzelf getuig, is Mijn getuigenis waar, want Ik weet waar Ik vandaan gekomen ben en waar Ik heen ga, maar u weet niet waar Ik vandaan kom en waar Ik heen ga. 15 U oordeelt naar het vlees, Ik oordeel niemand.

16 En als Ik al oordeel, Mijn oordeel is waar, want Ik ben niet alleen, maar Ik en de Vader, Die Mij gezonden heeft. 17 En er staat ook in uw wet geschreven dat het getuigenis van twee mensen waar is.

18 Ik ben het Die van Mijzelf getuig, en de Vader, Die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij. 19 Zij dan zeiden tegen Hem: Waar is Uw Vader? Jezus antwoordde: U kent Mij niet en evenmin Mijn Vader; als u Mij kende, zou u ook Mijn Vader kennen.

20 Deze woorden sprak Jezus bij de schatkist, terwijl Hij onderwijs gaf in de tempel, en niemand greep Hem, omdat Zijn uur nog niet gekomen was.

Johannes 8:12-20
Johannes 8:12-20Johannes 8:12-20Johannes 8:12-20Johannes 8:12-20Johannes 8:12-20
Johannes 9:1-7
1 En in het voorbijgaan zag Hij iemand die blind was van de geboorte af. 2 En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden?

3 Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd , opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden. 4 Ik moet de werken doen van Hem Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht waarin niemand kan werken.

5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het Licht der wereld. 6 Nadat Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte slijk met het speeksel en streek het slijk op de ogen van de blinde,

7 en Hij zei tegen hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (wat vertaald wordt met : Uitgezonden). Hij dan ging weg en waste zich en kwam ziende terug .

Johannes 9:1-7
Johannes 9:1-7Johannes 9:1-7Johannes 9:1-7Johannes 9:1-7
Schriftberijming 25
V1
Een grote hogepriester, de hemel doorgegaan, is voor de troon gaan staan - Gods Zoon biedt aan zijn liefde: Hij heeft zichzelf gegeven, Hij offert eigen bloed; gelooft het vast, houdt moed: zijn sterven is uw leven!

V2
Hij is geen hogepriester die onze strijd niet streed; dit lam draagt al het leed der wereld met zich mede. Getrouw is Hij bevonden; in de woestijn geweest, verzocht, beproefd - de Geest behoedde Hem voor zonde.

Schriftberijming 25
V3
Laat ons dan zeer vrijmoedig de weg gaan tot de troon - God is in Hem, de Zoon, genadig en lankmoedig: al wie zijn hulp verlangen zullen te zijner tijd, daar Hij als priester pleit, barmhartigheid ontvangen.

Verkondiging
Jezus is het Licht in de wereld van de blindgeboren man

Verkondiging
Verkondiging
Lied 514
V1
Nader, mijn God, bij U, steeds naderbij stijgt mijn gebed tot U: Wees mij nabij! U, die mijn leven kent, heeft zich niet afgewend. Nader, mijn God, bij U, steeds naderbij.

V2
Groet mij het morgenrood, ben ik alleen, lijkt zelfs het ochtendlicht nacht om mij heen, U, die mijn honger stilt, heeft mij als mens gewild. Nader mijn God, bij U, steeds naderbij.

V3
Heer, als het duister daalt, angst op mij valt, legt u een hand op mij, die nooit ontvalt. U, die mijn geest begrijpt, weet wat mijn hart aangrijpt. Nader, mijn God, bij U, steeds naderbij.

V4
Nader, mijn God, bij U, steeds naderbij leef ik in Christus’ naam, U bent nabij. En als mijn einde wacht, draagt U mij door de nacht nader, mijn God, tot U, nader tot U.

Lied 435
V1
Halleluja, zing vol vreugde, zing voor Jezus, onze Heer! Zing, hoe Hij uw hart verheugde zing nu samen tot zijn eer. Loof Hem, Redder uit de noden, die zo trouw zijn Kerk behoedt en haar veilig leven doet. Hem, de eerste uit de doden, Hem, de Koning van ’t heelal, die ’t heelal eens eren zal!

V3
Halleluja, loof de Here, die verbreekt wat ons beknelt. Hij heeft ons, om Hem te eren, tot zijn priesters aangesteld. die ons opvoedt onder lijden en ons, door zijn Geest bestuurd, door zijn liefde aangevuurd, waken, bidden leert en strijden; Hem zij heerlijkheid en macht nu en eeuwig toegebracht.

ds. H. van den Heuvel

2020-02-23 - 1700
Psalm 33
V1
Zing vrolijk, loof de naam des HEREN, rechtvaardigen, breng God uw dank. Het past oprechten Hem te eren met een nieuw lied bij citerklank. Laten stem en snaren tot die lof zich paren. Loof Hem, prijs de HEER. Psalmzing, jubel allen, laat bazuinen schallen, juichend tot Gods eer.

V5
De grote Schepper aller dingen beziet vanuit het hemels licht de gang van alle stervelingen, Niets is bedekt voor zijn gezicht. Hij vormt alle harten, kent hun vreugd en smarten, weet hoe mensen zijn. Hij doorgrondt hun daden, weet wat zij beraden, kent hen, groot en klein.

Lied 275
V1
Dat uw ogen nacht en dag rond dit huis geopend zijn en uw woord zich met gezag laat verstaan voor groot en klein. Gun het licht aan uw gemeente in het duister van de tijd, opdat edel dit gesteente stralen mag in eeuwigheid.

V2
Dat uw handen wereldwijd zijn gevouwen om uw volk. Gij die nadert in de tijd overdek ons met uw wolk. Onherbergzaam is het leven sinds de mens vertrouwen brak, maar Gij wilt bescherming geven, in uw naam een onderdak.

V3
Dat uw adem leven wekt zodat mensen niet vergaan, maar het wonder zich voltrekt, stenen levend zijn voortaan. Wij zijn been van uw gebeente, Gij geeft vorm en Gij versiert. Bouw uw hofstad, uw gemeente – tot uw bruid haar hoogtij viert.

Exodus 19:1-6
1 In de derde maand, op dezelfde dag dat de Israëlieten uit het land Egypte waren vertrokken, kwamen zij in de woestijn Sinaï. 2 Zij braken op vanuit Rafidim, kwamen in de woestijn Sinaï en sloegen hun kamp op in de woestijn. Israël sloeg daar zijn kamp op tegenover de berg.

3 Toen klom Mozes omhoog, naar God. De HEERE riep tot hem vanaf de berg: Zo moet u tegen het huis van Jakob zeggen en de Israëlieten verkondigen: 4 U hebt zelf gezien wat Ik met de Egyptenaren gedaan heb en hoe Ik u op arendsvleugels gedragen en u bij Mij gebracht heb.

5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

Exodus 19:1-6
Exodus 19:1-6Exodus 19:1-6Exodus 19:1-6
[NB] Psalm 135
V10
Zegen, Israël, den Heer, priesters, looft zijn majesteit, tempeldienaars, prijst zijn eer, looft Hem, wie zijn naam belijdt. Hij woont bij ons in gena. Prijst den Heer. Halleluja!

Verkondiging
De gemeente van Christus is een heilig priesterschap

Verkondiging
Verkondiging
Lied 68
V1
Ons heeft de Heer met liefde neergeschreven, leesbaar voor mensen als zijn erfenis. Ons leven mag zich voluit laten lezen, herkenbaar als zijn eigenhandig schrift.

V2
Wie kan in ons een brief van Christus lezen, als niet de Geest ons aan elkander rijgt, die ons als dode, levenloze letters beademt en tot nieuwe zin herschrijft?

V3
Om woord voor woord zijn liefde te vertalen, dat blijft voor ons bestaan het doel, de zin. Om mensen zijn ontferming te herhalen zijn wij gezonden, deze wereld in.

Lied 9
V1
Heer, onze God, hoe heerlijk is uw naam, die U ons noemt door sterren, zon en maan. Hemel en aarde spreken wijd en zijd, tonen het wonder van uw heerlijkheid.

V2
Heer, onze God, die aard’ en hemel schiep, zeeën en land met macht te voorschijn riep. Wat zijn wij, mensen, dat U aan ons denkt en ons uw heerlijkheid en luister schenkt?

Lied 9
V3
U komt ons, Heer, in Christus tegemoet. U geeft ons, Heer, verlossing door zijn bloed. U roept ons, mensen, in uw heerlijkheid: leven om Jezus’ wil in eeuwigheid!

V4
Daarom zal, Heer, ons lied een loflied zijn, dat in ons zingt met eindeloos refrein. Prijzend uw liefde, heffen wij het aan: Heer, onze God, hoe heerlijk is uw naam!

ds. H. van den Heuvel

Welkom
Zingen Ps 33:7,8 n Heil hem
Stil gebed, votum en groet.
Ps 72:1,4 n Geef Heer
Lezing van de tien geboden
Opw 642 Al mijn zonden
Een bijzonder moment
Gebed
Schr lez Joh 5:10-21
Weerklank 565:1,4,5,7 Er was een man die niet genas
Verkondiging Joh 5:6-9 “Een vreemde vraag van Jezus”
1 in een uitzichtloze situatie 2. Opent een nieuwe wereld
SB 8:1,2,4 Het dorre land
Gebed
Ps 146:1,4 o
Zegen

ds. J van Dijken

Welkom
Opw 350 Vader
.Stil gebed votum en groet
Ps 93:1,2,3,4 o De Heer regeert
Gebed
Ps 24:1,2,3,4 n De aarde
Schr lez Matth 18:1-22
DNP 101:1,2,4 Ik zing
Verkondiging HC zo 31 vrg en antw 85
Het Koninkrijk der hemelen
1 de toegang tot dat Koninkrijk 2 de grenzen van dat Koninkrijk
Weerkl 297:3,9 (Enige gezangen 5) Uw Koninkrijk
Gebed
SB 38:1,3,4 Ik zag
Geloofsbelijdenis
SB 38:7,8
zegen

ds. J van Dijken

1. Voorzang LvK gez. 258:1,2,3
2. Stil gebed, votum en groet
3. Zingen Psalm 33:1,8 (Weerklank)
4. Gods Wet ten leven
5. Zingen Opwekking 616 (Houd me dicht bij U)
6. de kinderen gaan naar de zondagsschool
7. Gebed
8. Schriftlezing Mattheus 12:38-42 en 1 Corinthe 1:18-25
9. Zingen Weerklank 279:1,2 (wijs Psalm 132)
10. Verkondiging over Mattheus 12:38
Een teken uit de hemel
1. Achtergrond: gepasseerde mensen
2. Diepte: God zorgt voor Zijn eigen eer
3. Bekering: God de weg laten bepalen
11. Zingen LvK gez. 126:2,3
12. Gebed
13. Collecte
14. Zingen Psalm 119:60,66 (LvK)
15. Zegen

ds. G.P.M. van der Linden

1. Voorzang Lied 427:1,2,3,4 (Weerklank)
2. Stil gebed, votum en groet
3. Zingen Psalm 147:1,2 (OB)
4. Gebed
5. Schriftlezing Deuteronomium 12:28-32
Hosea 11:1-11
6. Zingen Psalm 50:10,11 (LvK)
7. Verkondiging over Deut.12:31 en Hosea 11:8
Spreekt God Zich tegen?
1. Hij haat de zonde
2. Hij heeft de zondaar lief
8. Zingen Opwekking 400
9. Gebed
10. Collecte
11. Zingen Psalm 105:1 (LvK)
12. Geloofsbelijdenis
13. Zingen Gez. 177:2,3,5 (LvK)
14. Zegen

ds. G.P.M. van der Linden

De liturgie voor deze dienst is (nog) niet beschikbaar.

ds. G.P.M. van der Linden

JDH 007 - Als ‘g in nood gezeten
V1
Als g' in nood gezeten, geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten: God verlaat u niet. Vrees toch geen nood! 's Heren trouw is groot, en op 't nacht'lijk duister, volgt het morgenrood. Schoon stormen woeden, ducht toch geen kwaad; God zal u behoeden, uw toeverlaat.

V2
God blijft voor u zorgen, goed is de Heer, en met elke morgen, keert Zijn goedheid weer. Schoon g' in 't verdriet, nergens uitkomst ziet, groter dan de Helper, is de nood toch niet. Wat ons ontviele, Redder in nood, red slechts onze ziele, uit zond' en dood.

[NB] Psalm 72
V1
Geef, Heer, de koning uwe rechten en uw gerechtigheid aan 's konings zoon, om uwe knechten te richten met beleid. Dan ruist op alle bergen vrede, heil op der heuv'len top. Hij zal geweldenaars vertreden, maar armen richt hij op.

V4
Hij zal de redder zijn der armen, hij hoort hun hulpgeschrei. Hij is met koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij. Hij helpt, met hun bestaan bewogen, die zijn in vrees verward. Hun bloed is kostbaar in zijn ogen. Hij draagt hen in zijn hart.

[OB] Psalm 106
V2
Welzalig elk, die 't recht betracht, Die, t' allen tijd', Zijn wetten acht. O HEER', laat mij, naar 't welbehagen, Dat G' in Uw volk steeds hebt getoond, Ook roem op Uw bescherming dragen, En met Uw zegen zijn bekroond.

Kinderen gaan naar de Zondagschool
Gebed

Psalmen 118:1-9
1 Loof de HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig. 2 Laat Israël toch zeggen: Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

3 Laat het huis van Aäron toch zeggen: Ja, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig. 4 Laten wie de HEERE vrezen, toch zeggen: Ja, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

5 Uit de benauwdheid heb ik tot de HEERE geroepen, de HEERE heeft mij verhoord en in de ruimte gezet . 6 De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd. Wat kan een mens mij doen?

7 De HEERE is bij mij, te midden van wie mij helpen, daarom zie ík neer op wie mij haten. 8 Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen dan op de mensen te vertrouwen.

9 Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen dan op edelen te vertrouwen.

Psalmen 118:1-9

Lukas 5:17-26
17 En het gebeurde op één van die dagen dat Hij onderwijs gaf en dat er Farizeeën en leraars van de wet zaten, die van alle dorpen van Galilea en Judea en uit Jeruzalem gekomen waren. En er was kracht van de Heere om hen te genezen. 18 En zie, enkele mannen brachten op een bed een man die verlamd was, en zij probeerden hem binnen te brengen en voor Hem neer te leggen;

19 maar toen zij vanwege de menigte geen mogelijkheid vonden om hem naar binnen te brengen, klommen zij het dak op en lieten hem, tussen de daktegels door, met het bed neer in het midden, vóór Jezus. 20 En toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen hem: Man, uw zonden zijn u vergeven.

21 En de schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen te overleggen: Wie is deze Man Die gods lastering spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen? 22 Maar Jezus, Die hun overwegingen kende, antwoordde en zei tegen hen: Wat overlegt u in uw hart?

23 Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en ga lopen? 24 Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde om zonden te vergeven (zei Hij tegen de verlamde): Ik zeg u, sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis.

25 En hij stond onmiddellijk voor hun ogen op, en nadat hij datgene opgenomen had waarop hij gelegen had, ging hij naar zijn huis, terwijl hij God verheerlijkte. 26 En ontsteltenis greep hen allen aan en zij verheerlijkten God, en werden vervuld met vrees en zeiden: Wij hebben vandaag ongelofelijke dingen gezien.

Lukas 5:17-26

[NB] Psalm 82
V1
God staat in 't midden van de goden, Hij heeft hen tot gericht ontboden; Gij machten die het onrecht stijft, bevoorrecht al wie kwaad bedrijft, hoort; gij moest wezen en geringen beschermen in hun rechtsgedingen, gij moest wat arm is en veracht vrijmaken uit der bozen macht.

V3
Sta op, o God, en richt de aarde, Gij geeft aan alles recht en waarde; wat zich verheft als god en heer, bestraf het en breng vrede weer. Van U zijn immers alle volken, breek met uw lichtglans door de wolken en straal voor ons in majesteit, Gij Zon van de Gerechtigheid!

Verkondiging
Thema: Mijn handen - dat bent U...

Opw 378 - Ik wil jou van harte dienen
V1
. Ik wil jou van harte dienen. en als Christus voor je zijn.. Bid dat ik genade vind, dat. jij het ook voor mij kunt zijn.

V2
. Wij zijn onderweg als pelgrims,. vinden bij elkaar houvast.. Naast elkaar als broers en zusters,. dragen wij elkanders last.

V3
. Ik zal Christus' licht ontsteken. als het duister jou omvangt.. Ik zal jou van vrede spreken. waar je hart naar heeft verlangd.

V4
. Ik zal blij zijn als jij blij bent. huilen om jouw droefenis.. Al mijn leeftocht met je delen. tot de reis ten einde is.

V5
. Dan zal het volmaakte komen. als wij zingend voor Hem staan.. Als wij Christus' weg van liefde. en van lijden zijn gegaan

Gezang 21
V1
Alles wat adem heeft love de Here, zinge de lof van Isrels God! Zolang ik hier in het licht mag verkeren, roem ik zijn liefde en prijs mijn lot. Die lijf en ziel geschapen heeft worde geloofd door al wat leeft. Halleluja! Halleluja!

V5
O gij verdrukten, die onrecht moet lijden, Hij die u recht verschaft is hier! Hong'rige, Hij wil u spijze bereiden, dorstige, zie de heilsrivier! Zijt gij geboeid, Hij maakt u vrij; God schenkt genade velerlei. Halleluja! Halleluja!

drs. B. Reinders

2020-02-02 - 1700
Gezang 314
V1
Gij die gelooft, verheugt u samen, 't is God, die trouw zijn kerk bewaart! Die hoop zal nimmer ons beschamen: de Heer is God en zijn is de aard. Zijn woord heeft vrede, heil bereid van eeuwigheid tot eeuwigheid!

V3
Nabij of ver, wij zijn verbonden: één Heer en één geloof, één doop, één Geest is tot ons neergezonden, en één is aller liefd' en hoop. Wij bidden en wij danken saâm, wij roemen in één Vadernaam.

Gezang 449
V1
God enkel licht, wiens aangezicht zo blinkend is van luister, ziet ons onrein, ziet hoe wij zijn vervallen aan het duister.

V3
Heer, waar dan heen? Tot U alleen! Gij zult ons niet verstoten. Uw eigen Zoon heeft tot uw troon de weg ons weer ontsloten.

V4
Ja, amen, ja, op Golgotha stierf Hij voor onze zonde. Zijn schuld'loos bloed maakt alles goed en reinigt ons van zonde.

Genesis 3:22-24
22 Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven! 23 Daarom zond de HEERE God hem weg uit de hof van Eden, om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was.

24 Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.

Johannes 3:31-36
31 Wie van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt uit de aarde. Wie uit de hemel komt, is boven allen. 32 En wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij, en Zijn getuigenis neemt niemand aan.

33 Wie Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft daarmee bezegeld dat God waarachtig is. 34 Want Hij Die God gezonden heeft, spreekt de woorden van God, want God geeft Hem de Geest zonder maat.

35 De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. 36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.

[NB] Psalm 1
V1
Gezegend hij, die in der bozen raad niet wandelt, noch met goddelozen gaat, noch zich door spotters in de kring laat noden, waar ieder lacht met God en zijn geboden, maar die aan 's Heren wet zijn vreugde heeft en dag en nacht met zijn geboden leeft.

V2
Hij is een groene boom die staat geplant waar waterbeken vloeien door het land. Zijn loof behoeft de droogte niet te duchten, te goeder tijd geeft hij zijn rijpe vruchten. Gezegend die zich aan Gods wetten voedt: het gaat hem wel in alles wat hij doet.

Mattheüs 16:13-19
13 Toen Jezus gekomen was in het gebied van Caesarea Filippi, vroeg Hij aan Zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? 14 Zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper, en anderen: Elia, en weer anderen: Jeremia of een van de profeten.

15 Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? 16 Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God.

17 En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. 18 En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.

19 En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

[NB] Psalm 1
V3
Gans anders zal 't de goddelozen gaan: zij zijn het kaf dat wegwaait van het graan. Zij kunnen zich voor God niet staande houden, er is geen plaats voor hen bij zijn vertrouwden. God kent die wandelt in het rechte spoor, wie Hem verlaat gaat dwalende teloor.

Verkondiging
Thema: de sleutel van Het Woord opent en sluit Gods Koninkrijk 1. Wie mag die sleutel gebruiken? 2. Hoe moet je die sleutel gebruiken?

[OB] Psalm 95
V1
Komt, laat ons samen Isrels HEER', De rotssteen van ons heil, met eer, Met Godgewijde zang ontmoeten. Laat ons Zijn gunstrijk aangezicht, Met een verheven lofgedicht, En blijde psalmen, juichend groeten.

V4
Want Hij is onze God, en wij Zijn 't volk van Zijne heerschappij, De schapen, die Zijn hand wil weiden. Zo gij Zijn stem dan heden hoort, Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord; Verhardt u niet, maar laat u leiden.

[OB] Psalm 64
V10
't Rechtvaardig volk zal zich verblijden, Betrouwend op den HEER' alleen; D' oprechten zullen weltevreen Terwijl zij Hem hun harten wijden, Zijn Naam belijden.

EL409 - Ik zie een poort wijd open staan
V1
Ik zie een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen. Van 't kruis, waar 'k vrij'lijk heen mag gaan om vrede te bekomen.

C
refrein: Genade Gods, zo rijk en vrij! Die poort staat open, ook voor rnij! Voor mij, voor mij, staat open, ook voor mij.

V2
Die open poort laat d'ingang vrij aan wie komt binnen vlieden; aan rijk en arm, aan u en mij komt Jezus vrede bieden.

V3
Die open poort leidt tot Gods troon; gaat door, laat niets u hind'ren. Neemt op uw kruis, aanvaardt de kroon, die God biedt aan zijn kind'ren.

drs. B. Reinders

Je bent van harte welkom in onze zondagse erediensten. Als gemeente komen we samen om naar Gods Woord, de Bijbel te luisteren en daaruit steeds weer te horen wat God ons te zeggen heeft.

Contact

Margriete van Comenestraat 8, 2982PH Ridderkerk

06-83808894

Dagelijks woord

Lucas 19:37-38
Toen Hij reeds dicht bij de helling van de Olijfberg was gekomen, begon de hele menigte van de discipelen zich te verblijden en God met luide stem te loven om alle machtige daden die zij gezien hadden. En zij zeiden: Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere. Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen.